BLOG - HOE GAAT HET MET DE INKOMENSONGELIJKHEID?

Inkomensongelijkheid is een onderwerp dat de laatste jaren steeds meer aandacht krijgt bij de OESO. Met twee vuistdikke rapporten, ‘Growing Unequal?’ (2008) en ‘Divided we Stand’(2011), heeft de OESO de inkomensongelijkheid hoog op de politieke agenda geplaatst. Daar zijn twee redenen voor.

De eerste reden is dat de inkomensongelijkheid in de laatste 30 jaar sterk is toegenomen in de meeste OESO landen. Dit geldt voor het winstaandeel in het nationaal inkomen dat structureel is gestegen ten koste van het aandeel van de lonen. Maar ook binnen de factor arbeid is het aandeel van de topinkomens (de top 10%) fors toegenomen ten koste van het aandeel van de lagere en middeninkomens. Zelfs in traditioneel egalitaire landen als Duitsland, Zweden, Denemarken en Nederland is dit het geval. De tweede reden voor de gegroeide aandacht is dat er steeds meer vrees bestaat dat de groeiende ongelijkheid het maatschappelijk draagvlak ondergraaft voor structurele hervormingen op de arbeidsmarkt en van sociale verzekeringen, pensioenen e.d. Zo bezien kan een stijgende inkomensongelijkheid een rem op de economische groei zetten en volgens sommigen zelfs een bedreiging vormen voor de politieke stabiliteit.

De grootste drijvende kracht achter de groeiende ongelijkheid is de technologische ontwikkeling. Die komt vooral de hooggeschoolde werknemers met gespecialiseerde kwalificaties ten goede, terwijl in het midden- en lagere segment van de arbeidsmarkt de inkomensontwikkeling van lagergeschoolde werknemers hierbij sterk achterblijft. Dit segment van de arbeidsmarkt is ook veel gevoeliger voor digitalisering/robotisering en ‘outsourcing’ van activiteiten naar ontwikkelingslanden. Daarnaast zijn mede door markthervormingen in de dienstensector wel veel nieuwe banen geschapen, maar die zijn vaak laagbetaald en/of in deeltijd. Dit proces heeft de inkomensverschillen vergroot. Zo lijkt zich in veel OESO-landen een polarisering op de arbeidsmarkt te voltrekken.

De meest recente inzichten van de OESO geven aan dat dit al langer werkzame proces van groeiende inkomensongelijkheid in de recente economische crisis is versneld. De inkomensongelijkheid in de periode 2007-2010 is in de meeste OESO-landen net zo hard toegenomen als in de 12 jaar daarvoor.  Uiteraard is de ongelijkheid van de netto beschikbare inkomens vaak lager dan de bruto inkomensverschillen. Maar bezuinigingen op sociale voorzieningen en uitkeringen alsmede toptariefverlagingen hebben in de afgelopen jaren de herverdelende werking van het belastingsysteem en de sociale zekerheid afgezwakt.

In een ook in OESO discussies veel geciteerde speech noemde de Amerikaanse president Obama begin december 2013 inkomensongelijkheid “the defining challenge of our time”. Ook het IMF en het World Economic Forum heeft in de afgelopen dagen dit punt krachtig onderstreept.  De OESO hamert al enige tijd op het belang van “Inclusive Growth”. Daaronder verstaat men economische groei die kansen biedt aan alle bevolkingsgroepen en die de baten van stijgende welvaart eerlijk verdeelt in de samenleving. Daarbij gaat het uiteraard om meer dan alleen de inkomensverdeling, maar gaat het ook om belangrijke factoren als onderwijs en gezondheidszorg. De OESO pleit ervoor dat het overheidsbeleid veel bewuster en krachtiger stuurt op een eerlijke verdeling van inkomen en andere cruciale welzijnsmaatstaven, zoals die tot uitdrukking komen in de OESO’s “well-being” indicatoren (zie mijn eerdere blog daarover). Dit acht de OESO cruciaal voor het welslagen van structurele hervormingen en bezuinigingen op overheidsuitgaven – en zelfs nog breder voor het herstel van het vertrouwen van burgers in publieke instituties. Daarmee is eerlijk delen van baten en lasten in de samenleving voor de OESO een expliciete maatstaf geworden waarop het economische en sociale beleid van lidstaten wordt beoordeeld.

Hoort bij