BLOG - HOUDEN WE DROGE VOETEN OF STAAT HET WATER ONS AAN DE LIPPEN?

Houden we droge voeten of staat het water ons aan de lippen? Dat was in het kort de onderzoeksvraag die het ministerie van Infrastructuur en de Unie van Waterschappen in 2013 voorlegden aan de OESO. Op 17 maart jl. presenteerde plaatsvervangend Secretaris-Generaal van de OESO Yves Leterme de uitkomst van het onderzoek aan minister Melanie Schultz in het rapport 'Water Governance in the Netherlands: Fit for the Future?'.

Houden we droge voeten of staat het water ons aan de lippen? Dat was in het kort de onderzoeksvraag die het ministerie van Infrastructuur en de Unie van Waterschappen in 2013 voorlegden aan de OESO. Op 17 maart jl. presenteerde plaatsvervangend Secretaris-Generaal van de OESO Yves Leterme de uitkomst van het onderzoek aan minister Melanie Schultz in het rapport 'Water Governance in the Netherlands: Fit for the Future?'. Leterme gaf Nederland een 8,5. Op school wordt dat gekwalificeerd als goed tot zeer goed en menig leerling zou tevreden zijn met zo'n resultaat. Maar is het voldoende en kunnen we inderdaad tevreden zijn? Zoals de plv. SG het verwoordde tijdens de presentatie van het rapport:” Ja, maar er zijn wel een aantal belangrijke kanttekeningen aan dat antwoord verbonden”.

Waterveiligheid een vanzelfsprekendheid

Het rapport laat zien dat Nederland een uitstekende staat van dienst heeft als het gaat om waterbeheer en wereldwijd als referentie dient. Maar bij goede prestaties komt algauw het risico van zelfgenoegzaamheid om de hoek kijken. Dit wordt misschien nog wel het best geïllustreerd door de conclusie dat er een' awareness gap'  is onder de Nederlandse bevolking: voor veel Nederlanders is het huidige niveau van waterveiligheid een vanzelfsprekendheid. Het is goed is te constateren dat in deze tijd van een wereldwijd tanend vertrouwen in overheden, de Nederlandse bevolking nog veel vertrouwen heeft in haar overheid als het gaat om waterveiligheid. Keerzijde van de medaille is dat het lijkt alsof mensen daardoor minder betrokken zijn bij het debat over waterveiligheid, zich weinig zorgen maken over watervervuiling en vastgoedontwikkelaars geen oog hebben voor de risico's van water. Dat zou in de toekomst het draagvlak kunnen ondermijnen om te betalen voor water en voor de investeringen die nodig zijn om de uitdagingen waar de watersector zich gesteld ziet, het hoofd te bieden.

Financiële duurzaamheid de onzichtbare uitdaging

En uitdagingen zijn er genoeg. De OESO noemt naast de bovengenoemde awareness gap, de waterkwaliteit, de veerkracht van zoetwaterecosystemen en klimaatverandering. De minst zichtbare, maar daarom misschien wel meest onderschatte uitdaging is de financiële duurzaamheid van ons waterbeheer. Door een krimpende bevolking neemt in bepaalde regio’s de financiële draagkracht om de noodzakelijke infrastructuur op peil te houden af. Er zijn onvoldoende economische prikkels om het teveel, te weinig of te vervuild water te beheren. Bovendien constateert de OESO dat de transparantie en verantwoording over efficiëntie en financiële prestaties voor verbetering vatbaar is. Verder hebben we tot nu toe op wateruitdagingen vooral gereageerd met technische innovaties, die kapitaalintensief zijn en sterk padafhankelijk. Deze uitdaging vraagt om een herziening van het financieringssysteem, waarbij bijvoorbeeld de kosten worden neergelegd bij de veroorzakers van het probleem. Het vraagt om de versterking van onafhankelijke, transparante verantwoordingsmechanismen. Maar ook om een bredere kijk op innovaties zoals minder kapitaalintensieve groene infrastructuren (denk aan moerasgebieden, ruimte voor de rivier) of versterking van de samenhang tussen water, landgebruik en ruimtelijke ordening.      

Polders zorgen al eeuwen voor droge voeten

De OESO doet daartoe een aantal aanbevelingen. Minister Schultz heeft de handschoen voortvarend opgepakt en nog op de dag van de presentatie van het rapport een brief naar de Tweede Kamer gestuurd waarin ze aangeeft hoe de aanbevelingen te implementeren[1]. De politiek meest in het oog springende conclusie van de Minister is dat de waterschappen ook in de toekomst een rol blijven spelen in het waterbeheer. Verder kondigt de Minister aan nog dit voorjaar met een nieuwe aanpak voor publiekscommunicatie te komen. Hoe de Minister concreet invulling gaat geven aan de andere aanbevelingen wordt beter duidelijk in de Deltabeslissingen[2] die in de loop van het jaar genomen worden, de uitkomsten van de beraadslagingen met de partners van het Bestuursakkoord Water en de invulling van de nieuwe Omgevingswet. Er zal nog het nodige water door de Rijn stromen en water bij de wijn gedaan worden eer men het eens is over zaken als de concrete invulling van het ‘vervuiler/gebruiker betaalt’-principe of een andere opzet van het verantwoordingsmechanisme. Het zal ongetwijfeld de uitkomst zijn van een 'polderproces'. Maar toch, polders en polderen hebben er al eeuwen voor gezorgd dat onze voeten redelijk droog zijn gebleven.

[1] http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/rapporten/2014/03/17/oecd-studies-on-water-water-governance-in-the-netherlands-fit-for-the-future.html

[2] Deltabeslissingen - onderdeel van het Deltaprogramma - zijn hoofdkeuzen voor de aanpak van waterveiligheid en zoetwatervoorziening in Nederland en geven richting aan de maatregelen die Nederland hiervoor inzet, op korte en op lange termijn.

Hoort bij