BLOG - OESO MINISTERSVERGADERING: KRENTEN UIT DE BENTO

Op 6-7 mei 2014 vond in Parijs de jaarlijkse ministersvergadering plaats. Ter gelegenheid van het 50-jarige jubileum van de toetreding van Japan tot de OESO dit keer onder Japans voorzitterschap. Minister-President Shinzo Abe trapte af met een geïnspireerd betoog over de zegeningen van Abenomics. Wat je daarover ook kan zeggen, het is wel een overtuigende economische “narrative”, zoals Nobelprijswinnaar Shiller onlangs opmerkte. Abe kondigde de ‘terugkeer’ aan van Japan als motor van groei en banen, het ’ vreselijke deflatiespook’ is definitief bedwongen. Trots bezong hij de zegeningen van de Japanse ‘bento’ lunchpakketten die in Parijs populair zijn vanwege de gezonde voedsel-variëteit. Reagerend op herhaalde OESO-adviezen legde Abe veel nadruk op de zogenoemde “third arrow” van Abenomics: structurele hervormingen, o.a. in de energiesector en op de arbeidsmarkt waar stimulering van arbeidsparticipatie van vrouwen een speerpunt is. “I will never be afraid of reform” herhaalde Abe diverse malen met de blik al ferm op de Olympische Spelen in Tokyo in 2020.  Abe prees de grote rol van de OESO in de beleidsadvisering van landen en in het ontwerpen van mondiale spelregels die de ‘nieuwe economische orde’ van de 21e eeuw  helpen vormen.

Passend bij de aandacht voor Japan vond tijdens de OESO Ministersvergadering ook formeel de lancering plaats van het OESO Zuid-Oost Azie Regionale Programma, in aanwezigheid van de tien lidstaten van de ASEAN. Dit samenwerkingsprogramma richt zich op steun vanuit de OESO voor regionale integratie en beleidshervormingen op gebieden als belastingen, onderwijs, investeringen, MKB e.d. De achtergrond hiervan is dat de OESO actief de samenwerking zoekt met de regio met de grootste economische dynamiek. Een signaal dat de OESO begrijpt hoe snel het geografische zwaartepunt van de wereldeconomie verschuift. Zo geven de net gepubliceerde boeiende lange-termijn projecties van de OESO aan dat het gezamenlijke BNP van China en India, thans 33% van dat van de OESO als geheel, oploopt tot 73 % in 2060. Qua BNP per hoofd (gemeten in koopkrachtpariteiten) zou Nederland overigens volgens dezelfde lange-termijn projecties in 2060 op nummer 5 van de rijkste OESO landen prijken.

De OESO kwam zoals gebruikelijk tijdens de OESO Ministersvergadering met de jongste korte-termijn projecties voor de wereldeconomie. Het goede nieuws is dat het economisch herstel verder doorzet, met een groei van het wereld BNP van 3.5% in 2014 en bijna 4% in 2015. Zoals Jason Furman, voorzitter van president Obama’s “Council of Economic Advisers” zei: de OESO economieën staan er beter voor dan op enig moment sinds het begin van de crisis. Maar het slechte nieuws is dat de werkloosheid nog veel te hoog blijft, vooral in Europa (11.7% in 2014). Waarbij de langdurige en jeugdwerkloosheid in sommige landen angstwekkende proporties aanneemt.

De laatste krent uit de bento-pap is het lijvige tussen-rapport dat de OESO uitbracht over “New Approaches to Economic Challenges”: dit gaat over de oorzaken van de crisis en de beleidslessen voor de toekomst. Veel aandacht hierin voor de noodzaak van meer inclusieve en houdbare groei, meer nadruk op het bevorderen van welzijn (inclusief gezondheidszorg, onderwijs e.d.), een beter begrip van de link tussen financiële en reële sector en van de gevolgen van de sterkere internationale verwevenheid van economieën in mondiale waardeketens.  Met inclusieve groei bedoelt de OESO een groei waarvan de baten neerslaan in verbetering van de levensomstandigheden van iedereen, en niet alleen een kleine toplaag van de bevolking. Helaas is in de meeste OESO-landen sprake van een onrustbarend sterke vergroting van inkomensverschillen, waarbij overigens Nederland een van de gunstige uitzonderingen is. Meer houdbare groei is van cruciaal belang om te voorkomen dat we te sterke klimaatverandering gaan meemaken als gevolg van een gemiddelde mondiale temperatuurstijging die de internationaal aanvaarde norm van 2 graden Celsius te boven gaat. In dat verband is het een hoopgevend signaal dat de OESO-Ministers nu een Klimaatverklaring uitbrachten ter ondersteuning van het UNFCCC proces dat moet leiden tot een nieuw internationaal klimaatakkoord. Dit naast een aanbeveling over effectiever management van (natuur)rampen die zich o.a. door de nu al plaatsvindende klimaatverandering vaker voordoen dan in het verleden.

Meer informatie: http://www.oecd.org/general/oecd-week.htm