BLOG - De OECD Economic Survey over Nederland

Het is alweer een maand geleden dat de OECD het twee-jaarlijkse rapport over Nederland uitbracht. En Nederland doet het volgens de OECD helemaal niet zo slecht (meer).

De economie trekt aan, de overheidsfinanciën zijn min of meer op orde gebracht, en de concurrentiepositie van Nederland is bepaald niet slecht te noemen. Voor de komende jaren verwacht de OECD dat Nederland langzaam maar zeker uit het dal zal kruipen.

Maar veel belangrijker, de Nederlandse is een gelukkig mens. Opvallend is dat de OECD Nederland op het gebied van het welzijn niet vergelijkt met het OECD-gemiddelde of het OECD-minimum maar het gemiddelde van de Nordics, altijd hoog scorend op dit terrein. Maar dan nog scoort Nederland op een aantal onderzochte punten beter; waaronder huisvesting, baan en inkomen en de balans tussen prive en werk. Die hoge score van Nederland is des te meer opvallender omdat de OECD in haar rapport, maar ook in het verleden in vele andere rapportages, juist stevige kritiek heeft op het functioneren van de woningmarkt en de arbeidsmarkt in Nederland.

Al veel langer heeft de OECD kritiek op de werking van de woningmarkt in Nederland. Een grote koopsector, een te forse sociale huursector en een veel te kleine vrije huursector. De koopsector is mede zo groot geworden omdat de overheid dit fiscaal gestimuleerd heeft. Maar de keerzijde van deze structuur is volgens de OECD dat de Nederlander te weinig mobiel is. Of de eigen woning staat onder water, of men blijft in de goedkope sociale huurwoning zitten en als het echt nodig is, is er geen huurwoning beschikbaar in de vrije sector. Deze lage mobiliteit van de Nederlandse werknemer is mede een oorzaak van de minder goed functionerende arbeidsmarkt.

De arbeidsmarkt in Nederland is ook altijd door de OECD ook om andere redenen niet als flexibel genoeg beoordeeld en op basis daarvan zijn en worden altijd aanbevelingen gedaan die die flexibiliteit verhogen. Ook in dit rapport wijst de OECD weer op het belang van hervormingen van de arbeidsmarkt. Niet in de laatste plaats omdat dat het MKB zou helpen. Daarnaast is het de OECD een doorn in het oog dat Nederlanders zo weinig werken, hoewel daar dit keer niet echt aan gerefereerd wordt.

Het is jammer dat de OECD de hoge scores voor Nederland op het gebied van welzijn niet koppelt aan de structuren op de woning- en arbeidsmarkt in Nederland. Voor een deel zou die hoge score wel eens verklaard kunnen worden uit die structuur. Dat die structuur economisch herstel niet bevorderd lijkt mij echter ook een juiste constatering. Dat roept dan ook direct de vraag op in hoeverre dat economische herstel uiteindelijk ten koste zal gaan van het welzijn van de Nederlander. Een vraag waarop dit rapport overigens geen antwoord geeft.