BLOG - De STRI, de Services Trade Restrictiveness Index

Op 7 mei publiceerde de OECD de STRI, een index die aangeeft in hoeverre landen hun dienstensectoren beschermen. Niet in één getal, maar liefst voor 18 sectoren in 40 landen wordt die index gegeven. Een index die is opgebouwd uit vijf delen: toetredingsbarrières voor buitenlandse aanbieders, beperkingen op het vrij verkeer van personen, mededingingsbeperkingen, transparantie van regelgeving en overige beperkende regelgeving.

We weten al veel langer dat diensten een uitermate belangrijk onderdeel vormt in de uitvoer van een land. Niet alleen in directe zin, maar vooral ook in indirecte zin. Zonder een sterke dienstensector zou een land als Nederland nooit de rol van internationaal overslag- en distributiecentrum kunnen spelen. Maar ook voor landen als Duitsland en zelfs de VS geldt dat de dienstencomponent in hun goederenuitvoer veel groter is dan op het eerste gezicht blijkt. Gemiddeld is 50% van de toegevoegde waarde in de uitvoer van de OECD afkomstig van diensten, tegen slecht 22% van de bruto totale uitvoer.

Het is moeilijk, zo niet onmogelijk om precies aan te geven hoe groot de voordelen van vrijer dienstenverkeer precies zullen zijn. Uit vingeroefeningen van de OECD komt naar voren dat de exporten van een land dat een 5 basispunten lagere STRI realiseert toenemen met tussen de 3% en 7%. De invoertoename is ongeveer half zo groot.

Des te opvallender is het dat veel landen nog stevige barrières kennen. Om twee redenen. Ten eerste leiden beperkingen tot hogere prijzen voor de invoer van diensten en dit effect versterkt zich iedere keer als een intermediair product in het kader van wereldwijde productieketens de grens overgaat voor een volgende bewerking. De hierboven al even aangehaalde vingeroefeningen van de OECD wijzen in de richting van 10% lagere prijzen voor de invoer bij een STRI die 0,05 (5 basispunten) daalt door hervormingsmaatregelen.

Ten tweede omdat de concurrentiepositie van een land ondergraven wordt door hogere barrières. De OECD laat zien dat hogere STRIs voor de financiële sector gepaard gaan met minder leningen, maar wel tegen hogere rentemarges en hogere overige kosten.

Nederland laat in relatie tot andere landen een relatief goed beeld zien. In maar liefst 8 van de 18 sectoren heeft Nederland de laagste score en is dus het minst restrictief. Dat mag ook niet verbazen, voor een land als Nederland dat voor zijn welvaart zo afhankelijk is van de uit- en invoer van goederen en diensten is een lage STRI van levensbelang. Maar ook voor Nederland zijn die barrières in vergelijking met de barrières in de goederenhandel nog vrij fors. Toetredingsbarrières voor buitenlandse aanbieders en beperkingen op het vrij verkeer van personen zijn de belangrijkste factoren voor de hoogte van de Nederlandse STRI’s. Daar valt dus nog wel het een en ander te winnen.