BLOG - Nederlands voorzitterschap

Hoe krijgen we voor Nederland interessante thema’s op de agenda van de OESO? Hier zijn verschillende strategieën voor. Vertegenwoordigers kunnen zich actief inzetten tijdens de vergaderingen, de koffiepauzes benutten om connecties te leggen met interessante lidstaten, relevante onderzoeken financieel te ondersteunen en last, but certainly not least, helpt het als een landgenoot onderdeel is van het Bureau van een comité. Nog beter, voorzitter van een comité. Dhr. Léon Lomans, voorzitter van het Visserij Comité, onderdeel van het Directoraat Trade and Agriculture, schetst een mooi beeld van landelijke belangen bij een voorzitterschap. Middels zijn ervaring krijgen we vandaag een kijkje achter de schermen en zien de deuren die open gaan als een Nederlander voorzitter is van een comité, welke belangen hier meespelen en welke afwegingen gemaakt moeten worden.    

Voorzitter Lomans   
Lomans was al enkele jaren voor zijn benoeming actief in het OESO Visserij Comité. Daarnaast had hij al veel ervaring met de Europese besluitvorming in Brussel. Lomans was al een aantal keren voorzitter van de Raadsgroep Visserijbeleid in het Nederlandse- en Luxemburgse EU Voorzitterschap. Zodoende is hij door een aantal collega’s in het Visserij Comité benaderd om zich kandidaat te stellen. Steun van je collega-lidstaten is natuurlijk noodzakelijk. In het geval van Lomans werd hij benaderd door interessante spelers zoals de VS en Nieuw-Zeeland. Een klein land kan namelijk goed als bruggenbouwer dienen en daarnaast deelt Nederland de economische denklijn van deze spelers.

Voordelen van voorzitterschap      
Elke voorzitter geeft een eigen invulling aan zijn of haar rol. Zo herinnerde Lomans dat een Canadese Directeur-Generaal als voorzitter van het Comité erg veel aan het woord was en weinig ruimte liet voor de delegaties. Deze voorzitterseigenschappen blijken niet alleen dossier gebonden, maar ook cultureel. Natuurlijk speelt het eigen karakter van de voorzitter hierin ook een grote rol. Ondanks dat voorzitters hele verschillende voorzittersstijlen hebben, heb je als voorzitter altijd de taak om boven de partijen te staan. Het is immers niet de taak van de voorzitter, maar van het Nederlandse delegatielid om het Nederlandse belang te vertegenwoordigen. Dit gebeurt in de praktijk in coördinatie met de andere EU-lidstaten. Het gezamenlijke ‘EU-standpunt’ wordt door de Europese Commissie in het OESO Comité ingebracht. Als EU-lidstaat moet een Nederlandse voorzitter, naast het neutraal staan tegenover de ‘eigen’ landelijke voorkeuren, ook de ‘eigen’ EU-voorkeuren balanceren. Gelukkig loopt in het OESO-visserijcomité de Nederlandse inzet vaak parallel met de EU. Het onbevangen tegenover de argumenten van leden staan en het hebben van voorkeuren hoeft elkaar ook niet uit te sluiten. Sterker nog, van voorzitters wordt verwacht dat zij bij de besluitvorming sturend optreden en dan kan het volgen van je voorkeur juist een goed kompas zijn. Dit is bijvoorbeeld het geval bij het vaststellen van het Program of Work and Budget. Hierin besluit het Visserij Comité welke onderwerpen de komende jaren worden behandeld en welke onderwerpen zeker niet op de agenda komen. Met name bij dit soort onderdelen is het handig om een voorzitter te hebben die de eigen landelijke interesses deelt. Naast het sturen van de besluitvorming binnen het Comité en de agenderende rol heb je als ook voorzitter het voorrecht om in een erg vroeg stadium met het OESO-secretariaat te brainstormen over strategie en doelstellingen van het Comité. Het is informatief om mee te kunnen kijken met het OESO-secretariaat. De opgedane kennis is met name interessant als je in de toekomst weer ‘gewoon’ delegatielid bent.

Internationale visie 
Hoewel het voorzitterschap dus om verschillende reden belangrijk is voor Nederland, is het onjuist om te denken dat de voorzitter er voor het eigen landsbelang zit. De voordelen zijn aantrekkelijk, maar uiteindelijk dient Lomans de internationale gemeenschap. Het mooiste aan het voorzitterschap is voor Lomans dan ook niet de nationale of Europese focus, maar juist de internationale inslag van het comité. Lomans krijgt naar eigen zeggen vooral energie van zijn collega’s en het vertrouwen dat ze in hem stellen. Landen nemen hem op basis van dit vertrouwen mee in hun eigen afwegingen en het bepalen van standpunten. Hierdoor krijgt hij ook mee wat de delegaties beweegt. Het is volgens hem vooral fascinerend om met landen buiten de EU samen te werken. Door eens buiten de eigen ‘EU-koker’ te kijken en in discussie te gaan met andere grote spelers in de wereld krijg je namelijk de kans om je blik te verruimen en je eigen standpunten kritisch te evalueren. Al met al kan het voorzitterschap soms ingewikkeld zijn en energie kosten, maar aan het einde van de dag brengt het vooral kansen voor de OESO en voor Nederland met zich mee. Lomans benut deze kansen in ieder geval goed en is inmiddels al enkele keren herbenoemd als voorzitter.

Hoort bij