BLOG - OESO-pensioenvooruitzichten 2018

Deze recente OESO-publicatie staat m.n. in het teken van de volgende kernaanbevelingen:

Een combinatie van gefinancierde en ‘pay‑as‑you‑go’‑pensioenen, automatische mechanismen en een sterk veiligheidsnet verbetert de situatie voor gepensioneerden

Beleidsmakers die pensioenstelsels ontwerpen, moeten nadenken over doelstellingen (armoedebestrijding, herverdeling, duurzaamheid, consumptievereffening) en risico's (demografisch, sociaal, macro‑economisch en financieel).

Een sterk vangnet voor gepensioneerden en een gediversifieerd en evenwichtig pensioenstelsel met een gefinancierde component zijn belangrijk, vooral als de stimulering en toewijzing van nationale besparingen aan investeringen op de lange termijn een beleidsdoel is. Bovendien moeten goed ontworpen pensioenstelsels automatische mechanismen omvatten die de voordelen uitlijnen met de economische en demografische realiteit. De systemen moeten financieel duurzaam zijn en enige mate van zekerheid bieden d.m.v. specifieke uitkeringsregelingen.

Landen moeten de gefinancierde regelingen geleidelijk introduceren wanneer ze hun pensioenstelsels gaan diversifiëren, vooral als de bijdragen een bestaand ‘pay‑as‑you‑go’‑systeem gedeeltelijk of volledig vervangen. Beleidsmakers moeten de overgang zorgvuldig inschatten, omdat op korte termijn extra druk op de overheidsfinanciën kan komen te staan en het risico voor individuen kan toenemen.

Landen kunnen de financiële incentives versterken om voor later te sparen

Zowel fiscale als niet‑fiscale financiële prikkels kunnen spaargedrag stimuleren door een algeheel belastingvoordeel aan individuen te bieden d.m.v. een reductie van de totale belasting die gedurende het leven wordt betaald, ook al gaat dit met fiscale kosten gepaard. Deze incentives moeten rekening houden met de behoefte en het vermogen van alle inkomensgroepen om voor later te sparen.

Geld uitgeven en geld sparen dient minimaal fiscaal neutraal te zijn.

De fiscale regels moeten duidelijk, stabiel en consistent zijn voor alle spaarplannen. Belastingkredieten, forfaitaire belastingaftrek en overeenkomstige bijdragen kunnen worden gebruikt om een gelijkwaardig fiscaal voordeel aan alle inkomensgroepen te bieden. Landen die belastingkredieten gebruiken, kunnen overwegen om deze terug te betalen en op pensioenrekeningen te storten. Niet‑fiscale stimulansen, m.n. vaste nominale subsidies, verhogen het spaargeld van mensen met een laag inkomen. Landen met een ‘EET’‑belastingregeling dienen de uitgestelde belastingstructuur te handhaven. Alle landen die de introductie van financiële incentives overwegen, dienen hun fiscale capaciteit en demografische trends te onderzoeken.

Het uitlijnen van de tarieven en de kosten van het geldbeheer voor de oude dag vereisen een betere informatieverschaffing, goede prijsreguleringen en structurele oplossingen

Het verstrekken van pensioendiensten gaat met kosten gepaard, zoals administratieve en investeringskosten, die door de leden en de werkgevers worden betaald. Deze kosten kunnen van grote invloed zijn op de uiteindelijke waarde van het uiteindelijke gespaarde bedrag. Sommige pensioenregelingen kunnen ook duurder zijn, zoals regelingen die meer keuze bieden.

Maatregelen ter verbetering van de transparantie zijn essentieel, maar zijn op zich niet genoeg om de lopende kosten en de extra tarieven op één lijn te brengen. Ze zijn het meest effectief indien ondersteund door prijsreguleringen en structurele oplossingen. Voor een maximaal nettorendement kunnen beleidsmakers en regelgevers ook benchmarking gebruiken, of investeringskosten nauwer op portfolioprestaties laten aansluiten.

De bestuurs‑ en beleggingsstrategieën van grote nationale beleggingsinstellingen leveren handige richtlijnen op die de regelgeving kunnen versterken

Diverse grote nationale beleggingsinstellingen hebben gemeenschappelijke kenmerken en leveren het bewijs van een goede bestuurs‑ en beleggingsstrategie. Hun regelgevende en wettelijke kaders volgen de overheid op de voet, ze hebben duidelijke missieverklaringen voor het beleggingsbeleid, een toezichthoudende raad die verantwoording aflegt aan de bevoegde autoriteiten en aan de leden, en transparantie over hun bestuursregelingen en hun beleggings‑ en risicobeheer, zodat ze aan verschillende stakeholders verantwoording kunnen blijven afleggen.

Deze instellingen drukken hun prestatiedoelstellingen uit d.m.v. hun missie en ze vergelijken hun prestaties met dit lange‑termijn doel, i.p.v. een benchmark op de markt. Streefdatum‑ en lifecycle‑fondsen zijn de beste strategie voor instellingen met individuele jaarrekeningen. Strategieën met een rendement op de lange termijn kunnen een hoger rendement bieden, maar lopen ook een groter risico dat er onvoldoende middelen voor de leden beschikbaar zijn wanneer ze met pensioen gaan.

Standaardopties, eenvoudige informatie en keuzevrijheid, financiële incentives en educatie leiden tot een betere financiering van de oude dag

Een laag financieel opleidingsniveau en een bepaalde ‘mindset’ kunnen ervoor zorgen dat mensen ongeschikte beslissingen nemen over hun oude dag.

Mechanismen zoals automatische deelname aan pensioensregelingen en de opschaling van bijdragen kunnen dit gedrag compenseren, zodat pensioensregelingen inclusiever worden. Mensen die niet in staat of niet bereid zijn een premieniveau, een pensioenfonds, een investeringsstrategie of een product voor financiering van hun oude dag te kiezen, kunnen mogelijk van de standaardopties profiteren.

Er zijn ook andere hulpmiddelen die bij de besluitvorming van pas kunnen komen, zoals webapplicaties die de opties beperken en vergelijkingen vereenvoudigen, en financiële incentives. Pensioenoverzichten kunnen belangrijke informatie duidelijk weergeven, terwijl seminars met financieel advies mensen kunnen helpen om e.e.a. beter te begrijpen.

Meer flexibiliteit rond de pensioenleeftijd, progressieve overheidspensioenen en belastingregels pakken de financiële nadelen aan van de bevolkingsgroepen die een kortere levensverwachting hebben

Individuen in lage socio‑economische groepen (lagere levensverwachting) kunnen financieel benadeeld worden als ze kortere tijd gepensioneerd zijn vergeleken met hun arbeidsleven, waardoor ze een lager ‘rendement’ ontvangen voor hun bijdrage aan pensioenregelingen. Overheidspensioenen en belastingregels kunnen dit nadeel in zekere mate compenseren.

Het beleid ter verbetering van de duurzaamheid van pensioenregelingen gelet op de verlenging van de levensverwachting, dient rekening te houden met de gevolgen daarvan voor mensen in verschillende socio‑economische en gendergroepen. In het algemeen moeten mensen langer werken, maar niet alle groepen zijn daar altijd toe in staat. Meer flexibiliteit rond de pensioengerechtigde leeftijd is van cruciaal belang om de pensioenresultaten van alle groepen te verbeteren, en te garanderen dat lagere socio‑economische groepen niet gestraft worden, omdat ze een kortere levensverwachting hebben.

Nabestaandenpensioenen zijn nog steeds erg belangrijk, maar mogen werkincentives niet beperken noch inkomen herverdelen van alleenstaanden naar mensen die samenwonen

Nabestaandenpensioenen zijn nog steeds nodig om de levensstandaard in stand te houden nadat een partner is overleden. De ontvangers mogen echter niet in aanmerking komen voor een permanent nabestaandenpensioen voordat ze zelf de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt. In plaats daarvan dienen tijdelijke uitkeringen beschikbaar te worden gesteld, zodat de nabestaande zich aan de nieuwe situatie kan aanpassen.

De kosten van nabestaandenpensioenen moeten door elk stel worden geïnternaliseerd, of ten minste door alle stellen onderling. Voor een budgetneutrale hervorming betekent dit dat het pensioenniveau van alleenstaanden hoger zal zijn dan dat van iemand die een nabestaandenpensioen krijgt en met iemand anders samenleeft.

Partners uit eerdere samenlevingsverbanden mogen hier niet voor in aanmerking komen, omdat er geen consumptievereffening nodig is. De splitsing van pensioenrechten biedt enkele voordelen, ook al geven sommige landen er de voorkeur aan om partners individueel te behandelen. Dit omvat ook de bevordering van gendergelijkheid.

Voor meer info: https://www.oecd-ilibrary.org/docserver/pens_outlook-2018-en.pdf?expires=1548730252&id=id&accname=ocid49027884&checksum=B06A391B833A17BB1CE1D6F6739161BD

Hoort bij