Nieuwsbrief PV OESO Parijs - maart 2021

VOORWOORD

Habemus Papam

Prachtige film, the two popes, met Anthony Hopkins. Het kan een lange weg zijn, voor er witte rook verschijnt. Maar het proces is belangrijk om tot een uitkomst te komen.

Het einde van het 15 jaar lange pontificaat van SG Gurría nadert met rasse schreden. En dat wordt ook tijd, na 15 jaar. Het kiezen van een nieuwe SG voor de OESO was ook een lang proces. Halverwege het vorige jaar waren de leden van de OESO al bezig om de regels van het proces vast te stellen, de eisen aan een nieuwe SG te formuleren en het renumeratiepakket van de nieuwe SG vorm te geven. Saillant detail: Nederland was het enige land dat het riante belastingvrije salaris niet verder wilde verhogen. Alleen Spanje viel Nederland bij. Inderdaad, vergeleken met andere IOs viel het riante salaris nog best mee. Maar walk the talk: als de OESO het voortdurend heeft over toenemende ongelijkheid, mag je zelf ook wat matiger worden. Een kleine strijd die we overigens gewonnen hebben, het vergoedingen pakket is gelijk gebleven. Het goed dichttimmeren van het selectieproces was van groot belang, om te voorkomen dat aan het einde van de rit het proces zou stokken, wat voor een organisatie die zich voorstaat op likemindedness en consensus een aanfluiting zou zijn.

Tot 1 november vorig jaar konden landen kandidaten naar voren schuiven. Liefst 10 landen nomineerden een kandidaat. En van hoog niveau, met veel kwalificaties, een president, twee voormalig eurocommissarissen, ministers, van financiën en milieu, de deputy Chief of Staf van het Witte Huis, een voormalig centraal bankier. Allemaal kandidaten met sterke en minder sterke kanten. Liefst 7 Europese kandidaten, waarvan 6 uit de EU: van meet af aan was duidelijk dat er van EU-coördinatie weinig te verwachten viel.

In de eerste twee weken van december vonden de interviews plaats, waarbij elke permanent vertegenwoordiger een pittig vraagstuk kon voorleggen. Dit leverde een goed beeld op, en in de kerstperiode konden we samen met Den Haag onze lijst van voorkeur samenstellen.

Vervolgens begonnen in januari en februari de biechtstoelgesprekken. De Dean van de Council, de langst zittende ambassadeur, in dit geval de permanente vertegenwoordiger van het VK, nam deze gesprekken af, in het bijzijn van een getuige. En vervolgens werden de voorkeuren mathematisch volgens de Borda methode gewaardeerd. Elke ronde werden twee kandidaten met de minste voorkeur geïdentificeerd, van wie verwacht werd dat ze zich terug zouden trekken. En telkens, tussen de biechtstoelgesprekken een weekje van bedoelde bezinning en reflectie, en dus gelobby, gekonkel, speculatie, achterklap en roddel. Zonder teveel kwijt te willen over het Nederlandse stemgedrag: ons rijtje van voorkeur werd keurig gevolgd!

Vanaf het begin bleken Mathias Cormann, de voormalig Australisch minister van Financiën, geboren en getogen in Duitstalig België, en de Zweedse voormalig Eurocommissaris Cecilia Malmström de sterksten. De finale ging tussen deze twee kandidaten, en het bleek een spannende strijd, uiteindelijk via een rechtstreekse verkiezing gewonnen door Cormann.

Verrast over het gebrek aan Europese solidariteit? Als alle Europese landen voor Malmström zouden kiezen, zou het een gemakkelijke overwinning zijn. Maar solidariteit speelt binnen de OESO tussen de 22 EU leden minder, en nadat de Poolse en Tsjechische kandidaat in de eerste ronde al moesten wijken viel daar weinig meer van te verwachten. Verbaasd? Tja, gegeven de volstrekt mannelijke leiding van de OECD zeker. Veel landen slaan de gender trom, maar bij deze keuze blijkbaar niet. Verontrust? De milieubeweging zeer zeker. De reputatie van Cormann op milieugebied is bepaald niet gunstig. Hier ben ik zelf wat minder ongerust. Gelijktijdig met de selectie van de nieuwe SG zijn de leden onder leiding van Nederland begonnen aan een nieuwe visie voor de OESO, waar het klimaat pontificaal in staat. En dat is een opdracht aan de nieuwe SG, die hij zeer zeker serieus zal nemen. Veel leden vinden die nieuwe visie nu des te belangrijker. Waarom hebben de meeste landen dan toch voor Cormann gekozen? Omdat hij als Australiër met Europese roots zeker in staat moet zijn de leden te blijven verbinden? Mogelijk. Maar het geopolitieke element lijkt mij het meest zwaarwegende:  De Australiër is als geen ander in staat vorm te geven aan de relatie van de OESO met een van de belangrijkste partners: China. Op alle dossiers, ook de klimaatcrisis in het achterhoofd hebbend, is dit voor het volgende decennium van het grootste belang. Ik denk dat ik wel weet wat de VS gestemd heeft.

Guido Biessen, Permanent Vertegenwoordiger bij de OESO

THEMA ACTUALITEITEN

ECONOMIE

Interim Economic Outlook – The need for speed

Op 9 maart jl. presenteerde hoofdeconoom Laurence Boone de Interim Economic Outlook (https://www.oecd.org/economic-outlook/). De economische vooruitzichten zijn nu iets beter dan bij de laatste OESO-raming van november vorig jaar. De uitrol van vaccins en het geleidelijk weer openstellen van de economie in de loop van het jaar bieden uitzicht op economisch herstel. Ook de nieuwe, omvangrijke begrotingsimpuls van de VS, ter grootte van 1,9 biljoen dollar, vormt een extra stimulans voor de wereldeconomie. Wel is er sprake van aanzienlijke verschillen tussen landen en sectoren van de economie. De OESO gaat in zijn ramingen uit van een groei van de wereldeconomie dit jaar van 5,6%, 1,4 procentpunt hoger dan eerder verwacht. De groei in de eurozone (3,9%) blijft enigszins achter bij die in de VS (6,5%), m.n. door de relatief trage uitrol van vaccins in Europa. De belangrijkste oproep van de OESO is dan ook om het tempo van vaccinatie te versnellen: the need for speed. Daarnaast herhaalt de OESO zijn eerdere boodschap om voorlopig door te gaan met een ruim begrotings- en monetair beleid, maar de steunmaatregelen geleidelijk wel meer te richten op kwetsbare groepen(m.n. jongeren) en sectoren. Steun aan bedrijven kan beter in de vorm van giften of eigen vermogen dan leningen. De OESO doet ook een oproep tot meer structurele hervormingen en internationale samenwerking en roept overheden op om door te pakken met investeringen in de digitale en groene transitie. Build back better is het devies.

Onderhandelingen over nieuw belastingsysteem

Goed nieuws bij de onderhandelingen in OESO-kader over een nieuw systeem van belastingheffing in de gedigitaliseerde economie. De nieuwe Amerikaanse regering heeft op 26 februari jl. in de G20 aangegeven te willen streven naar een akkoord medio dit jaar. Minister van Financiën Janet Yellen gaf daarbij ook aan afstand te nemen van het eerder door de Trump-administratie bepleite zogenaamde “safe harbour” principe, de eis dat toepassing van de regels van een nieuw akkoord  voor Amerikaanse bedrijven optioneel zou moeten zijn. Juist deze eis vormde afgelopen jaar een groot obstakel in de onderhandelingen. Met dit nieuwe geluid uit Washington komt de mogelijkheid van een multilateraal akkoord een stuk dichterbij. Op weg naar zo’n overeenstemming zullen echter nog de nodige hobbels moeten worden genomen, zowel politiek als technisch van aard. In de komende weken en maanden zal meer in detail bekend moeten worden over de Amerikaanse opstelling. Hopelijk slagen de 139 landen van het Inclusive Framework erin tot een akkoord te komen. Het alternatief is weinig aantrekkelijk. Veel landen (en de EU) zullen in dat geval een eigen digitaks gaan invoeren, hetgeen tot handelsspanningen met de VS en veel onzekerheid bij bedrijven kan leiden.

OESO-rapport over de Nederlandse economie

De OESO heeft een rapport opgesteld over de Nederlandse economie dat op 19 april aanstaande besproken zal worden in het Economic and Development Review Committee (EDRC) van de organisatie. Het tweejaarlijkse rapport bevat een grondige analyse van de Nederlandse economie en concrete beleidsaanbevelingen m.b.t. het herstelbeleid na de coronacrisis, de arbeidsmarkt, de woningmarkt en het milieubeleid. Het rapport zal in het EDRC eerst onderworpen worden aan een peer review door de andere OESO-lidstaten. Bedoeling is dat het rapport vervolgens in juni aanstaande in Nederland gepubliceerd wordt.

LANDBOUW, VISSERIJ, BIODIVERSITEIT  

Is de Nederlandse landbouw toekomstbestendig?

In 2015 bracht de OESO een review uit van het Nederlandse landbouw kennis- en innovatiesysteem, oftewel AKIS (Agricultural Knowledge- en Innovation System). Het AKIS-systeem wordt door de OESO gedefinieerd als “al het beleid en alle instituties die van invloed zijn op innovatie en verduurzaming in de agrifoodsector.” Voor 2021 wil de Europese Commissie (DG AGRI) een dergelijke review laten uitvoeren voor haar EU-beleid op dit gebied. Lidstaten worden gevraagd mee te denken, en tegelijkertijd hebben ze de mogelijkheid om bij de review aan te haken (d.m.v. landenreview, casestudy of een update van een eerder gedane review). Nederland gaat hieraan meewerken en vraagt de OESO om een update van de NL-review uit 2015. Enerzijds wordt achterom gekeken: wat heeft Nederland met de aanbevelingen uit 2015 gedaan, wat was succesvol en wat niet?. Anderzijds gaat het ook om de toekomst: welke ‘nieuwe’ uitdagingen zijn er sindsdien bijgekomen en zijn de beleidsvoornemens (Green Deal, nieuw GLB, kringlooplandvisie) adequaat om de nieuwe uitdagingen op te pakken. Het onderzoek loopt parallel aan dat van de EU. Afronding is voorzien aan het einde van 2022.

Ons dagelijks brood

De OESO heeft een nieuwe website met daarop recente publicaties over de uitdagingen:

hoe krijgen we de toekomstige wereldbevolking gevoed en gezond, krijgen boeren een goede boterham en hoe kunnen we (blijven) zorgen voor een goede leefomgeving? http://www.oecd.org/food-systems/  Een recente publicatie is Making better policies for foodsystems  https://www.oecd-ilibrary.org/agriculture-and-food/making-better-policies-for-food-systems_ddfba4de-en. Dit rapport richt zich op 3 vragen. Hoe functioneren de mondiale voedselsystemen en welke rol spelen beleidsmakers. Hoe kunnen beleidsmakers coherent beleid ontwikkelen gegeven 3 (elkaar soms tegenwerkende uitdagingen), En vervolgens, hoe kunnen beleidsmakers adequaat omgaan met fricties tussen feiten belangen en waarden rond voedsel? Geconcludeerd wordt dat beleidsvorming is gebaat bij een inclusieve multidisciplinaire aanpak van landbouw, gezondheid en milieu/klimaat die, afhankelijk van de concrete uitdagingen in een land of regio een andere invulling vraagt.

Meetlat voor ‘de weg naar Parijs’

Op initiatief van Frankrijk wordt gesproken over het opzetten van een International Programme for Action on Climate (IPAC), als onderdeel van de werkzaamheden van de OESO. Het IPAC wil een actieve bijdrage leveren aan het behalen van de commitments van de United Nations Framework Convention on Climate Change (UNFCCC), en de doelen van het Paris Agreement (PA) in het bijzonder. Het staat landen vrij om deel te nemen aan de IPAC, ook niet-OESO landen zijn welkom. De IPAC heeft 4 kerngebieden:

a.   een jaarlijkse Climate action monitor, om te meten of het land op schema zit voor het bereiken van de klimaatdoelen:

b.   de ontwikkeling van een dashboard met ‘klimaat’-indicatoren (mitigatie en adaptatie);

c.   een review per deelnemend land, met aanbevelingen;

d.   een online platform voor knowledge sharing.

Naast brede waardering voor het Franse initiatief zijn er ook vragen over mogelijke overlap met het werk van andere multilaterale organisaties (zoals IEA/ UNFCCC), het extra werk dat het vraagt van deelnemende landen en de noodzaak dat voldoende landen meedoen (zowel OESO als non-OESO). In de komende maanden zal de OESO-Council hierover een besluit nemen. Frankrijk en het OESO-secretariaat willen vaart maken met de IPAC om eerste resultaten te kunnen presenteren op de United Nations Climate Change Conference in Glasgow (november 2021).

SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

OECD-European Commission High-Level Webinar: Supporting jobs and companies: maintaining a bridge to the recovery phase - 18 Januari 2021

OESO SG Gurría en Eurocommissaris Nicolas Schmit (werkgelegenheid en sociale rechten) namen deel aan een webinar dat in het teken stond van hoe verder te werken richting herstel van werkgelegenheid ten tijde van de voortdurende COVID-19 crisis. De COVID-19-crisis heeft mondiale arbeidsmarkten en werkgelegenheid in ongekende mate onder druk gezet. Ongeveer 45,5 miljoen mensen zijn momenteel werkloos in OESO-landen, terwijl veel anderen nog steeds een overbrugging voor behoud van werkgelegenheid ontvangen of te weinig werk hebben. Namens Nederland nam ook SG/SZW Loes Mulder deel aan de bijeenkomst. Zij gaf aan dat we in onzekere tijden leven en dat flexibiliteit belangrijk is om de veerkracht van de arbeidsmarkt te versterken. Veel OESO-landen, met name in de EU zijn voorzichtig begonnen met vaccineren en het is momenteel wachten op voldoende vaccins om op grote schaal te kunnen gaan vaccineren. Nu landen werken aan herstelplannen is het essentieel om steunmaatregelen in te blijven zetten voor gezinnen en bedrijven die nog steeds getroffen worden door de economische effecten van COVID-19 crisis. Tegelijkertijd beaamden de sprekers dat het ook belangrijk is om de juiste prikkels te geven voor het creëren van banen en het hervatten van fulltime werk. De extra korte termijn kosten die hiermee gepaard gaan moeten worden vergeleken met de lange termijn kosten als gevolg van een zwakke arbeidsmarkt en een trager economisch herstel. De uiteindelijke boodschap was dat het van belang is om niet te vroeg te stoppen met de brede steunmaatregelen en tegelijk te werken aan de transitie en stimulering van de arbeidsmarkt in deze onzekere periode van voorzichtig herstel.

Business and Industry Advisory Committee (BIAC) - Digital health high-level Virtual roundtable:

The road towards sustainability and integration - 28 Januari 2021

De digitale zorg wordt al langer gezien als onderdeel van de toekomst, maar deze loopt nog altijd achter en de gezondheidszorg in vrijwel alle OESO landen wordt geconfronteerd met een toenemende financieringsdruk. De Covid-19-crisis heeft duidelijk gemaakt dat landen prioriteit moeten geven aan gezondheid als strategische investering.  Het BIAC panel bestaande uit OECD en EC maar ook de private sector waaronder Philips CMO Jan Kimpen besprak vervolgens de kansen en uitdagingen rond digital zorg. De COVID crisis biedt veel kansen om de transitie naar digitale gezondheidszorg verder uit te bouwen. Noodzakelijk hiervoor is vooral afstemming tussen landen, beleidscoherentie en betere zorgintegratie. Het bouwen van een geïntegreerd zorg ecosysteem vereist een flexibel beleid en innovatie, waaronder een robuuste data-infrastructuur, publiek-private partnerschappen en het standaardiseren van data. De nadruk werd gelegd op versterkte samenwerking tussen belanghebbenden en meer efficiëntie en duurzaamheid binnen zorgsystemen door middel van digitale technologieën. Online consultatie en diagnostiek op afstand met behulp van kunstmatige intelligentie vergroot preventie en helpt bij het anticiperen van volgende crises. De vraag is alleen: wie laten we achter?  De grote uitdaging zijn structurele ongelijkheden in de gezondheidszorg en de digitale kloof. COVID-19 heeft de discussie over het dichten van deze kloof versneld, met als voorbeeld de gesprekken tussen de WHO, OECD, EU en de private sector. Internationale samenwerking tussen OECD/EU en lidstaten is hierbij essentieel, ook voor het versneld standaardisering van data. Verder is ook het hanteren van de hoogste ethische normen rondom het gebruik van data belangrijk en vertrouwen en transparantie moeten daarbij voorop staan.

ELS - OECD International Conference on Artificial Intelligence in Work, Innovation, Productivity and Skills, 1-5 Februari 2021

Kunstmatige intelligentie ofwel Artificial Intelligence (AI) staat de laatste jaren volop in de schijnwerpers. Stephen Hawking beweerde ooit dat kunstmatige intelligentie (AI) “ofwel het beste ofwel het ergste” zal zijn voor de mensheid. Een fascinerende OESO conferentie (1-5 februari 2021) over dit thema en de invloed op werk en vaardigheden benadrukte vooral de verdeeldheid die er heerst over deze ingrijpende technologische ontwikkeling. De verschillende panels waren het erover eens: AI verandert ieder aspect van ons leven. Het beïnvloedt hoe we werken, belooft te helpen bij het oplossen van uitdagingen zoals klimaatverandering en hoogwaardige medische zorg. Maar brengt ook grote uitdagingen met zich mee voor zowel overheden als burgers. Wat voor beleidskaders zijn er nodig om richting te geven aan de ontwikkeling en het gebruik van AI, en hoe kunnen we ervoor zorgen dat het de samenleving als geheel ten goede komt?

Het OESO secretariaat gaf aan dat de impact van AI op werkgelegenheid afhangt van het type AI dat wordt ontwikkeld maar ook van marktomstandigheden en beleid. Onderzoeken van de afgelopen 10 jaar laten geen duidelijke neerwaartse trend van werkgelegenheid zien in beroepen die zijn beïnvloed door AI. Hoewel AI in staat is om niet-routinematige cognitieve taken uit te voeren, zijn voor veel taken nog steeds mensen nodig om ze uit te voeren. Een groot deel van de impact van AI op werkgelegenheid zal dus waarschijnlijk worden ervaren door de verandering van taken binnen een beroep. Wat volgens het secretariaat zeker is dat bepaalde groepen werknemers beter in staat zullen zijn om te profiteren van de voordelen en AI zullen gebruiken op een manier die complementair is aan hun werk. De investering in werknemers is de belangrijkste schakel voor de toekomst van werk. Nieuwe vaardigheden zullen hen in staat stellen om de overgang naar nieuwe banen beter te navigeren. Passend beleid en sociale dialoog spelen hierbij een sleutelrol vooral als blijkt dat AI ongelijkheidkwesties vergroot en nieuwe uitdagingen voor de werkomgeving met zich meebrengt.

RESPONSIBLE BUSINESS CONDUCT

OESO Kleding en Textiel week 1-5 Februari 2021

Kledingfabrikanten over de gehele wereld maar vooral in Azië, het mondiale epicentrum van de kleding- en textielindustrie, zijn zwaar getroffen door de COVID-19-pandemie. Het dwong velen om de productie tijdelijk of permanent te stoppen, met als gevolg dat miljoenen, meerderheid vrouwen, (tijdelijk) werkloos werden. De sector had het al niet gemakkelijk voor de crisis, maar de pandemie heeft de kwetsbaarheid en de structurele ongelijkheid in de kledingsector nog eens duidelijk gemaakt. De OESO Kleding- en Textielweek ging daarom vooral over hoe de sector structureel te veranderen is om te kunnen overleven in het post-pandemie tijdperk. Een groot aantal sprekers was het erover eens dat de effecten van de COVID-19-pandemie nog jaren voelbaar zullen zijn voor de sector. Een belangrijke les uit de COVID-19-crisis is dat effectieve samenwerking tussen merken en leveranciers cruciaal is om werknemers te beschermen. Op de langere termijn zien experts kansen zoals de uitbreiding van sociale zekerheidsstelsels aangezien landen investeren in sociaal dialoog om de economische veerkracht te vergroten en de werkers te beschermen tegen toekomstige schokken. Deze hernieuwde focus op sociale en ecologische duurzaamheid in de sector kan dus een transformerende impact hebben op de toekomst van de kledingindustrie.

ONDERWIJS

Looking for green engineers en  Calling all girl scientists: climate change needs youMet deze titels besteedde de OESO deze maand aandacht aan de groene transitie en herstel uit de covidcrisis en de rol van onderwijs. Om deze transitie waar te maken moeten de samenleving en de arbeidsmarkt voldoende geëquipeerd zijn om de juiste expertise en vaardigheden te hebben. De meeste ‘’groene banen’’ vereisen zogenaamde STEM-vaardigheden (wetenschap, technologie, engineering, wiskunde). De OESO constateert echter dat de interesse van jongeren in dit soort banen afneemt en dat baanambities grotendeels niet aansluiten op de behoeften op de arbeidsmarkt. De OESO vraagt om in een vroeg stadium van de schoolloopbaan aandacht te schenken aan de mogelijkheden die er zijn met ‘’groene banen’’ en ook juist bij jonge meisjes aandacht eventueel gender gerelateerde vooroordelen zoveel mogelijk tegen te gaan. 

GENDER

De maand maart staat bij de OESO in het teken van het thema gender. Tijdens ‘’March on Gender’’ vindt er een reeks bijeenkomsten plaats, waaronder de Working Party on Gender Mainstreaming and Governance, om het thema en de rol ten aanzien van de covidcrisis verder op de kaart te zetten. Onderwerpen zoals gender gerelateerd geweld, de loon- en werkkloof, genderdata en vaardigheden en onderwijs hebben al de revue gepasseerd. Daarnaast zijn er ook verschillende rapporten uitgebracht: 

·    Man Enough? Measuring Norms of Masculinities to Promote Women's Empowerment: dit rapport van het directoraat Development gaat in op de wijze waarop het meten en onthullen van beperkende genderbevestigende normen kunnen bijdragen aan het tegengaan van maatschappelijke uitdagingen waarmee vrouwen geconfronteerd worden. Vooral op onderwerpen zoals ouderschapsverlof en onderwijs spelen data een cruciale rol om gendernormen en patronen bloot te leggen.

·    Towards Improved Retirement Savings Outcomes for Women : dit rapport van het directoraat Financial and Enterprise Affairs bespreekt de genderongelijkheid die zich voordoet bij de verdeling van zorgtaken thuis, de loonkloof, gebrek aan financiële onafhankelijkheid en financiële geletterdheid. Deze ongelijkheid leidt vooral bij vrouwen tot een pensioenkloof van circa 26% hetgeen op termijn resulteert in meer  ouderdomsarmoede onder deze groep. DAF pleit in het rapport ervoor om in analyses meer oog te hebben voor het lange termijn perspectief als het gaat om sociaaleconomische ongelijkheid.

·    Tot slot heeft het Directoraat voor Ontwikkelingssamenwerking (DCD) een drietal publicaties uitgebracht aan de toegenomen financiële steun voor gendergelijkheid:        

o   Development finance for gender equality and women’s empowerment: A 2021 snapshot,

o   Country-specific profiles for efforts by DAC members: Aid to gender equality and women’s empowerment by DAC member: Donor Charts,

o   Focused analysis of support for gender equality in the economic and productive sectors: How does aid support women’s economic empowerment?  

o   Financing Gender Equality and Women’s Empowerment in Fragile Contexts (2020)

ENERGIE

Energie in 2020

COVID-19 heeft ook op de energiewereld een grote impact gehad in 2020, zo presenteerde het IEA in haar Global Energy Review 2020. Zo is de wereldwijde CO2-uitstoot gedaald met bijna 2000 miljoen ton; het equivalent van de uitstoot van de hele Europese Unie samen. Echter, deze daling lijkt toch weer redelijk snel omgekeerd te worden, want in december 2020 waren de emissies alweer 2% hoger dan in dezelfde maand het jaar ervoor. Daarnaast is de primaire energievraag is gedaald met 4% in 2020, waarbij met name de vraag voor fossiele brandstoffen kelderde (-8,6% voor olie en -4% voor kolen). De daling werd met name veroorzaakt door minder vluchten, vervoer en vakanties. De enige grote economie wiens emissies zijn toegenomen in 2020 is China.

Energie in 2021

Het komende jaar is van groot belang in de energiewereld, met de COP26 in Glasgow als grote apotheose. Het IEA zet in 2021 in op verhoogde ambities met betrekking tot klimaatneutraliteit. Verschillende landen hebben recentelijk aangekondigd tegen het midden van de 21e eeuw klimaatneutraal (Net Zero Emissions) te willen zijn en om deze ambities te begeleiden presenteert het IEA op 18 mei een special report over de Roadmap to Net Zero 2050. Daarin wordt een scenario geanalyseerd over hoe we wereldwijd tot klimaatneutraliteit in 2050 kunnen komen. Dit speciale rapport bouwt op de reeds gepresenteerde Net Zero 2050 case in de World Energy Outlook 2020. Op 31 maart is er daarnaast een gecombineerde IEA-COP26 Ministeriële top waar Net Zero 2050 ook een belangrijk thema is. Nederland neemt daar ook aan deel.

Energie in 2050

Het IEA is naast het analyseren van huidige ontwikkelingen ook bezig met scenario’s voor de toekomst. De jaarlijkse World Energy Outlook is natuurlijk de vlaggenschippublicatie, maar er is ook een rapport dat uitsluitend naar de ‘Renewables’ kijkt. De conclusie die de executive director van het IEA, Fatih Birol, uit beide rapporten trok was: “Solar is the new king”. Daarmee bedoelde hij dat zonne-energie een enorme groei heeft doorgemaakt en verwacht wordt de grootste bron van elektriciteitsproductie te worden in de toekomst. Daarnaast is de verwachting dat het energiesysteem van de toekomst duurzaam, decentraal, flexibel en digitaal zal zijn, maar er zijn nog verschillende grote opgaves voor we zover zijn.

ONTWIKKELINGSSAMENWERKING

Na een vol jaar van discussie keurde de DAC begin dit jaar een herziene peer review methodologie goed. Zonder de vergelijkbaarheid met eerder landen-examens te verliezen is de methode wat gestroomlijnd en is er meer ruimte voor landenspecifieke onderwerpen.

De DAC accordeerde een nieuwe meta standaard om de integriteit van investeringsimpact standaarden te waarborgen, de accountability te verhogen en greenwashing te voorkomen. In consultatie met o.a. de multilaterale ontwikkelingsbanken, private investeerders en maatschappelijke organisaties is duplicatie met andere standaarden voorkomen en is voortgebouwd op de ervaring van anderen. De standaard gaat vergezeld van een uitgebreide handleiding en komt eind maart beschikbaar.

In aanloop naar COP 26 zal de DAC dit jaar uitgebreid aandacht hebben voor klimaat en ontwikkeling. Tijdens een door Nederland en Canada voorgezeten informele discussie boog de DAC zich over de concrete bijdrage die de DAC zou kunnen leveren. Een groot aantal opties ligt voor, waaronder het herzien van de definitie van ODA door duurzaamheid integraal onderdeel van de definitie te maken, het introduceren van negatieve en/of gedifferentieerde Rio-markers, het gradueel uit-faseren van subsidies voor fossiele energie te beginnen met steenkool en aardolie (relevant voor slechts een paar donoren), het steunen van duurzame energietransities en de rol van blended finance. De herziening van de definitie van hulp lijkt iets voor de lange termijn. Er bestaan veel aarzelingen, ook bij Nederland, om deze discussie aan te zwengelen. Het gevaar voor verwatering van de criteria ligt op de loer.

OVERZICHT EVENEMENTEN

Meer evenementen zie link en ONE

PUBLICATIES

http://www.oecd.org/about/publishing/

http://www.oecd-ilibrary.org/

Publicaties met betrekking tot Nederland

International Energy Agency – IEA publications

International Transport Forum – ITF publications

Nuclear Energy Agency – NEA publications

VACATURES OESO

The OECD is recruiting

BENOEMINGEN

Angelique Berg (DG CBS) is per 1 januari ’21 benoemd als lid van het OESO Bureau van het Comité voor Statistiek en Statistisch Beleid.

De benoeming is voor maximaal 3 jaar en wordt ieder jaar opnieuw bekrachtigd. Het Bureau staat momenteel onder voorzitterschap van DG Anil Aurora van het statistiekbureau van Canada. Daarnaast hebben de Directeuren

Generaal van Polen, Noorwegen, Nederland, het Verenigd Koninkrijk, Mexico, Chili en Eurostat zitting in het Bureau, naast natuurlijk de directeur van de OESO Divisie voor Statistiek en Data. Het Bureau bereidt de vergaderingen voor van het Comité voor Statistiek en Statistisch Beleid en adviseert over de prioriteiten en het werkprogramma, bewaakt de voortgang van het werk en signaleert en bespreekt belangrijke ontwikkelingen. Het Bureau heeft ook een belangrijke brugfunctie tussen Europese- en niet-Europese OESO lidstaten en tussen het statistische comité en de meer politieke comités binnen de OESO. Het Bureau kenmerkt zich door een inspirerende deelnemersgroep met de ambitie om internationaal samen te werken om de zo belangrijke statistische informatie op het terrein van sociaal en economische beleid te coördineren, verbeteren en te moderniseren. Onder het Comité voor statistiek functioneren ongeveer 25 expert – en horizontale groepen. Het werk in het Comité voor Statistiek en Statistisch Beleid heeft een extra dimensie gekregen door het recent opgerichte Centre on Well-being, Inclusion, Sustainability and Equal Opportunity (WISE) waaraan het statistische comité en het Comité voor werkgelegenheid, arbeid en sociale zaken (ELSAC) beiden sturing geven. Het Bureau komt minimaal 2 x per jaar bij elkaar. In maart tijdens de VN StatCom in New York en in juni in Parijs of Genève tijdens de week dat zowel de UNECE als de OESO hun jaarvergadering hebben. Angelique Berg kijkt uit naar de samenwerking met de andere leden van het OESO bureau. Door een  actieve rol te gaan spelen hoopt zij bij te dragen aan de verdere ontwikkeling van het belangrijke werkveld van het OESO Comité voor Statistiek en Statistisch Beleid. Om een beter beeld te krijgen van het werkveld van de OESO Divisie voor Statistiek en Data nodig ik jullie graag uit een kijkje te nemen op de website  http://www.oecd.org/sdd/

CONTACTGEGEVENS

Guido Biessen
Permanent Vertegenwoordiger OESO
Robert-Jan Scheer, Plv. Permanent Vertegenwoordiger OESO
Uitvoerend Comité OESO, Energie, Duurzame Ontwikkeling, Ontwikkelingscluster
Peter Keulers, Economische Raad
Algemene economie, Mededinging, Innovatie, Handel, Investeringen, Multinationale Ondernemingen (MNO’s), Ondernemerschap, MKB, Digitale Economie, Financiële Markten, Fiscale aangelegenheden, Corporate Governance, Public Governance, Corruptiebestrijding

Jan Gerrit Deelen, Landbouwraad

Landbouw & Voedsel, Visserij, Milieu & Klimaat, Circulariteit grondstoffen, Regionaal beleid

Zainab Akariou, tweede secretaris
OESO Comité Externe Betrekkingen, Onderwijs, Begroting, Toetreding, Health
Freerk Boedeltje, Senior Beleidsmedewerker
Sociale Zaken, Werkgelegenheid, IMVO, Migratie/Integratie, Gezond en Veilig Werken, Skills, Gender

Ilse van Ruler, Assistent Ambassadeur, Managementondersteuner
Simone Hegge, Assistent Plv. Ambassadeur, Managementondersteuner

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------

U ontvangt deze nieuwsbrief omdat u in het verleden contact heeft gehad met de PV OESO te Parijs.

Als u contact met de PV OESO niet langer op prijs stelt, kunt u dat kenbaar maken door een mailbericht te sturen naar: pao@minbuza.nl.

Wij verwijderen dan al uw gegevens uit ons bestand. De privacyverklaring van het Ministerie van Buitenlandse Zaken kunt u hier lezen.

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------