Hoe onze Nederlandse diplomaten opereren bij EU

Het geldt als de machinekamer van de Nederlandse diplomatie. Alle besluiten waar Nederland in Brussel over meepraat worden hier voorgekookt, voordat politici er een klap op geven. Onze permanente vertegenwoordiging bij de EU, kortweg ’pv’ in Brussels jargon, bestaat precies 60 jaar. Twee voormalige en de huidige EU-ambassadeur spreken over het belang van ’judodiplomatie’ en de nieuwe rol voor Nederland nu de Britten de Unie gaan verlaten.

De Nederlandse ambassadeur bij de EU Robert de Groot heet twee van zijn voorgangers van harte welkom in de Nederlandse ambassade aan de Kortenberglaan in Brussel. Ex-minister van Buitenlandse Zaken Ben Bot was hier tien jaar lang ’s lands hoogste diplomaat (1992-2002). Tom de Bruijn, nu wethouder in Den Haag, bekleedde de post van 2003 tot 2011. „Dit kantoor is al 60 jaar dienaar van de Nederlandse belangen”, stelt De Groot vast in een toespraak voor zijn mensen. Er werken zo’n honderd diplomaten van alle ministeries.

Om de hoek liggen de gebouwen van de Europese Commissie (het dagelijks bestuur van de EU waarin namens Nederland Frans Timmermans zit), en van de Europese Raad, waarin de 28 lidstaten op het hoogste politieke niveau samenkomen. Iets verderop is het gebouw van het Europees Parlement.

Minimaal één keer per week treffen de 28 EU-ambassadeurs elkaar om de belangrijkste politieke dossiers met elkaar af te hameren. Komen zij er niet uit, dan hebben hun politieke bazen nog een stevige noot te kraken. Ministers komen om de haverklap naar Brussel voor vergaderingen. Een aantal keren per jaar komen de regeringsleiders en staatshoofden voor hun EU-toppen. De Groot zal dan geen moment van de zijde van premier Rutte wijken. Hij is zijn oren en ogen in de hoofdstad van de EU.

De Italianen stoken over het Medicijnenagentschap, dat Nederland ten onrechte zou hebben gekregen. Pas kreeg Nederland de deksel op de neus over de pulsvisserij. Is dit nou hoe hier met elkaar wordt omgegaan?

De Groot: „Over het algemeen gaat het heel goed, maar je krijgt niet altijd alles. Als het resultaat hier van een vergadering zou zijn dat één minister zegt: ik heb alles gekregen en 27 anderen niks, dan zou het systeem niet functioneren en zouden we in de EU nergens komen.”

Is het iedere dag vechten voor het Nederlandse belang?

De Bruijn: „Nee, dat vond ik wel bijzonder. Aan de ene kant ben je er om de belangen van je land te behartigen, maar tegelijkertijd heb je een collectieve verantwoordelijkheid om de boel te laten draaien.”

Nou staat Nederland er ook om bekend hard nee te roepen. Zie minister Hoekstra die hier flink protesteert tegen plannen om de eurozone verder te integreren.

Bot: „We moeten wel onze bevolkingen meekrijgen. Afgezien van Frankrijk zijn meeste landen helemaal niet toe aan verdergaande integratie. Het is natuurlijk ook heel duidelijk dat Frankrijk en Italië de grote profiteurs zouden zijn. Mensen moeten wel het idee hebben dat iemand in Brussel daar scherp toezicht op houdt. Dus ja, meneer Hoekstra maakt misschien wat veel stennis. Maar misschien is dat ook nodig omdat er in Duitsland nu geen regering is. Ik vind dat niet zo erg. Uiteindelijk vinden we een gezamenlijke oplossing.”

Een diplomaat kan er niet met een gestrekt been ingaan?

De Bruijn: „We weten goed wat we willen, maar je moet wel altijd zorgen dat je aan tafel zit. Als je ergens te luid nee tegen zegt dan loop je het gevaar dat ze je niet mee voor de gesprekken uitnodigen. Ik ben meer van de judodiplomatie. Als je de tegenstander blokt, dan word je vermorzeld. Je moet er juist voor zorgen dat je de kracht van de ander geleidt. Dat is de kunst van wat zich hier afspeelt in Brussel. Landen als Duitsland en Frankrijk zijn nou eenmaal machtiger.”

Er bestaat veel scepsis. Blijkbaar is het moeilijk om Nederlanders te overtuigen van het belang van de EU.

De Bruijn: „Je moet er altijd voor waken dat je niet losgezongen raakt van wat er in je eigen land aan de hand is. Anders kom je in die beroemde kloof terecht.”

Bot: „De permanente vertegenwoordiger heeft twee petten op. Een nationale en een Europese. En die afweging vindt voortdurend plaats. Van tijd tot tijd ga je wel eens tegen je eigen land in. Dat moet je kunnen rechtvaardigen vanuit het Europese belang.”

De Groot: „Het is niet altijd makkelijk omdat het hier gaat om wetgeving. Dat is waanzinnig technisch en lastig en daardoor moeilijk uit te leggen. Maar wat wij hier doen wordt altijd gesteund door de Tweede Kamer.”

Hebben jullie wel eens gedacht: Nederland is beter af buiten de EU?

De Bruijn: „Nee. De Brexit is wat dat betreft buitengewoon leerzaam. Als je ziet wat daar nu gebeurt... Iedere rationaliteit is weg.”

Bot: „Die hele Brexit duwt de achterblijvers dichter op elkaar. Het maakt ook duidelijk dat uitreden niet zomaar iets is dat je je kunt permitteren.”

We verliezen met de Britten ook een bondgenoot. Wat betekent dat voor onze positie?

De Bruijn: „Voor Nederland is dit niet goed.”

Een ramp?

De Bruijn: „Nou ja, ik kies m’n eigen woorden. Ook wij zullen negatieve economische gevolgen ondervinden. En er zijn talloze terreinen waar we altijd samen optrokken. Die bondgenoot valt weg. Dat gaat het voor Nederland zondermeer moeilijker maken. Het VK heeft ook altijd een hele pragmatische aanpak, een houding die ons erg aanspreekt. Het is een groot verlies.”

De Groot: „Wij moeten nu anders judoën, om die term nog maar even te gebruiken, dan toen de Britten nog volop meededen. We staan nu eerder in de wind. Economisch zijn we in de pikorde gestegen, na de vier grote landen zijn wij met afstand de grootste economie. Dat vergt van ons een ander gedrag en een andere opstelling. Daar moeten we met z’n allen aan wennen en dat kost tijd. We moeten bijvoorbeeld eerder onze positie markeren omdat het VK dat niet meer voor ons doet.”

Wat ook veel diplomatieke lenigheid vergt is Turkije. Moeten de toetredingsgesprekken met Turkije worden gestaakt?

Bot: „Het besluit tot onderhandelen is in mijn ministertijd genomen, Tom zat hier op de pv. Kijk op de kaart waar Turkije ligt en waar Europa ligt. Wat voor samenwerking we ook kiezen, je moet er altijd goed voor zorgen dat dat enorme land op de een of andere manier aan onze kant staat en niet aan de Arabische kant.”

Maar moeten ze lid worden van de EU?

De Bruijn: „Ik zie Turkije geen lid worden. En dat hoeft ook niet. Er zou wel een nieuwe vorm van partnerschap moeten komen. De weg van toetreding is een doodlopend spoor geworden.”

De vraag was of de toetredingsonderhandelingen moeten worden stopgezet.

De Groot: „Waarom zou je dat doen? Ik zie ze voorlopig ook geen lid worden. Maar we hebben grote belangen. Ze zitten bij de NAVO, de Turkije-deal. Die belangen gaan we niet in de waagschaal leggen.”

Bot: „Laat de Turken ook zelf een keer duidelijk zeggen wat ze willen. Zij weten dat lidmaatschap voorlopig is uitgesloten.”

In 2005 stemde de Nederlandse bevolking de Europese grondwet weg. Wat is het effect geweest?

De Groot: „Andere landen weten tot op de dag van vandaag dat ze zich moeten realiseren wat de positie is van Nederland. Ze zien ons als graadmeter. Dat merken we. Wij worden gezien als de thermometer in het badwater.”

Bron: dit artikel verscheen eerder in de Telegraaf 3 februari 2018

Hoort bij