Als oplossing voor brexit-kosten uitblijft moet Nederland korting houden

Vandaag presenteert de Europese Commissie voorstellen voor de nieuwe meerjarenbegroting. Een belangrijk moment: we gaan bepalen waar de Europese Unie zich de volgende zeven jaar op zal richten. Er staat veel op het spel. Nederland wil dat de begroting duurzamer, moderner en toekomstgerichter wordt en antwoorden biedt op de uitdagingen van deze tijd. Vanzelf gaat dit niet.

Een aantal dingen moeten we namelijk anders doen dan voorheen. We moeten bijvoorbeeld bereid zijn om flexibiliteit in te bouwen voor onvoorziene omstandigheden. Niemand beschikt tenslotte over een glazen bol. Hoe belangrijk dat is, hebben we tijdens de migratiecrisis gemerkt.

Maar het voornaamste is: we moeten echt bereid zijn scherpe keuzes te maken. Niet doorgaan op dezelfde, oude leest, maar verouderde prioriteiten kritisch tegen het licht houden. Disbalans in de uitgaven herstellen.

Dat is hard nodig. Zeker in een tijd dat een grote lidstaat – verantwoordelijk voor bijna 15% van de inkomsten van de EU - ons gaat verlaten. Het vertrek van het Verenigd Koninkrijk maakt mijn oproep alleen maar urgenter: we hebben straks minder middelen, maar moeten meer resultaten bereiken.

Het lijkt misschien onmogelijk. Maar, met een blik op de huidige begroting, ben ik er van overtuigd dat het kan.

Wist u dat momenteel 39% van het Europese budget naar landbouwsubsidies gaat, en 34% naar de ontwikkeling van regio’s? Samen 73% - bijna driekwart van de begroting! Zet dat af tegen de schamele 2% die beschikbaar is voor de grote Europese uitdagingen van dit moment tezamen – veiligheid, grensbeheersing en migratie - en we zien dat hier nog een wereld te winnen is. Balans en prioritering binnen de begroting moeten echt scherper.

Het goede nieuws is: verschuivingen binnen de huidige begroting kunnen groot positief effect hebben. Door bijvoorbeeld cohesiebeleid ondersteunend te maken aan de uitvoering van economische hervormingen en sterker te richten op verhogen van de Europese concurrentiekracht, kunnen we meer effect sorteren. Tegelijkertijd moeten we op deze grote fondsen bezuinigen. Daarmee bieden we ruimte om zowel het vertrek van het VK op te vangen, alsook nieuwe prioriteiten te financieren, die voor alle Europese burgers belangrijk zijn. Zoals innovatie, klimaatverandering, grensbewaking en de bestrijding van georganiseerde misdaad en cybercrime.

Kiezen voor een moderne leest betekent ook dat we doelstellingen beter met elkaar gaan verbinden. Het landbouwbeleid kan marktgerichter. Van boeren kunnen we verwachten dat ze in ruil voor subsidies ook concreet bijdragen aan het verduurzamen van de Europese landbouwsector. Het cohesiebeleid kan innovatiever. Ook moeten we stoppen EU-subsidies en de beginselen van de rechtsstaat los van elkaar te zien. Want goede checks & balances, zoals onafhankelijke rechtsspraak, voorkomen dat schaarse publieke middelen verkeerd worden besteed.

Elke euro die we Europees besluiten uit te geven, moet een daalder waard zijn. Dat betekent: moderniseren, bezuinigen, en elkaar ook aan de afspraken houden. En, last but not least: het betekent ook iets aan de afdrachtenkant. Namelijk dat de lasten ook echt eerlijk worden verdeeld. Naar draagkracht - de sterkste schouders torsen de zwaarste lasten, en terecht. Dat een welvarend land als Nederland meer afdraagt dan het ontvangt, is niet onlogisch. Maar we pleiten wel voor redelijkheid. Want er zijn grenzen - wij kunnen bijvoorbeeld niet dubbel opdraaien voor de kosten van de brexit. Tenzij hier een andere oplossing voor wordt gevonden, blijft een korting op onze afdracht op zijn plaats.

Dat is waar Nederland voor pleit: een duurzame, toekomstgerichte begroting op moderne leest, die laat zien dat de EU met het gezicht naar de toekomst staat. Toegerust op de uitdagingen van deze ingewikkelde moderne tijd. Met genoeg flexibiliteit om in te spelen op onvoorziene, urgente omstandigheden. Die burgers een zichtbare meerwaarde biedt. Voor zo’n EU zet het kabinet zich volledig in. Aan zo’n EU draagt Nederland maar al te graag bij – eerlijk en naar evenredigheid.

Stef Blok, minister van Buitenlandse Zaken

Bron: dit opiniestuk verscheen eerder in het Financieel Dagblad 2 mei 2018

Elke euro die we Europees uitgeven, moet een daalder waard zijn

Hoort bij