BLOG - Hoe Nederland verder op te stoten in de vaart der volkeren?

De vraag is van alle tijden, maar wie door een bril met OESO-glazen naar Nederland kijkt, komt na enig grasduinen op een interessant lijstje aandachtspunten. De OESO heeft als missie “ better policies for better lives” en grossiert als ‘ benchmark’-fabriek en “ House of Good Practices” in het geven van concrete en onderbouwde beleidsadviezen. In de afgelopen jaren zijn op bijna alle relevante beleidsterreinen rapporten van de OESO over Nederland verschenen (te vinden op http://www.oecd.org/netherlands/).  De beleidsaanbevelingen verdienen een heel serieuze overweging, zoals Minister-President Rutte aangeeft [1].Wie op dit punt inspiratie zoekt, heeft wellicht wat aan de sterkte-zwakte analyse die wij op de Permanente Vertegenwoordiging hebben gemaakt. Ik vat de hoofdpunten hier samen, maar de integrale weergave voeg ik aan het eind nog toe voor de fijnproevers.

  1. De Nederlandse uitgangspositie als middelgrote open economie is volgens de OESO absoluut goed, dankzij een solide financieel-economisch beleid gekoppeld aan structurele hervormingen. Nederland is qua BNP nr. 17 in de wereld, nr. 12 in de OESO en nr. 5 in de EU post-Brexit. Op alle relevante ranglijstjes scoort Nederland in de top-10, ook op belangrijke zaken als innovatie, welzijn, gezondheid en goed bestuur. Daarnaast valt internationaal op dat Nederland juist relatief laag scoort op armoede en inkomensongelijkheid. Maar zo’n mooie positie vasthouden of zelfs verbeteren vergt voor de toekomst een permanente “drive” om sterktes beter te benutten, zwaktes weg te werken en tijdig op kansen en risico’s te anticiperen. Immers, andere landen zitten bepaald niet stil, zeker in Azie. Het motto van het recente OESO rapport over het Nederlandse onderwijssysteem was: “ going from good to great”. Dit motto is eigenlijk op alle beleidsterreinen van toepassing!
  2. Een betere benutting van het Nederlandse potentieel aan menselijk kapitaal vergt volgens OESO adviezen verbetering van voorschoolse en vroegtijdige educatie, sterkere bevordering van excellentie en professionaliteit van leraren op scholen, betere integratie van immigranten, krachtiger aanpak van langdurige werkloosheid, verdere verkleining van de kloof tussen vaste en flexibele contracten en hogere urenparticipatie van vrouwen en oudere werknemers. Voor wat betreft vergroting van de arbeids(uren)participatie beveelt de OESO o.a. lagere effectieve marginale belastingtarieven en een toegespitst activerend arbeidsmarktbeleid aan. Op vele van deze punten is al beleidsintensivering in gang gezet, maar dit zijn taaie onderwerpen om significante voortgang op te boeken. En de OESO werkt op dit moment ook nog aan een “Skills Strategy” voor Nederland die dit voorjaar verschijnt en nog bruikbare aanknopingspunten kan bieden voor versterkt beleid.

  3. Een betere benutting van het Nederlandse potentieel aan (im)materieel kapitaal  vraagt in de visie van de OESO een (versnelde afbouw hypotheekrenteaftrek, afbouw lagere BTW tarief, verhoging consistentie milieubelastingen), stimulering van meer directe investeringen in R&D, duurzame energie & energiebesparing, betere toegang MKB en vooral jonge bedrijven tot financiering en topsectorenbeleid, handhaving publiek onderzoek van wereldklasse op universiteiten, betere valorisatie van (vak)kennis en verruiming van huurregulering op private huurmarkt.  Nederland lijdt net als andere OESO-landen onder de mondiale vertraging in de productiviteitsgroei. Een innovatiebeleid dat technologische vernieuwing onder bredere groepen bedrijven weet te spreiden, draagt volgens de OESO bij aan opkrikking van de productiviteitgroei. Verder kan de oprichting van Invest-NL helpen op enkele punten, bijvoorbeeld bij het ondersteunen van start- en scale ups. Jonge bedrijven zijn volgens recente OESO analyses cruciaal voor radicale innovatie en banengroei.  

  4. Holland branding kan en moet beter om in post-Brexit Europa internationale bedrijven en toptalent als kennismigranten aan te trekken respectievelijk te behouden. Dit vergt ook het wegwerken van Nederlandse zwaktes, zoals verkeerscongestie en de relatief slechte luchtkwaliteit, met een direct negatief effect op de gemiddelde levensverwachting die in Nederland ondanks onze uitstekende gezondheidszorg niet opvallend hoog is. Te overwegen is om elektrisch vervoer grootschalig uit te bouwen als een niche waarin Nederland zowel internationaal ver voorop loopt als ook nationaal veel baat bij heeft om de luchtkwaliteit te verbeteren. Daarnaast bieden de Nederlandse prestaties op het terrein van afvalverwerking en recycling een goede uitgangspositie om in de transitie naar een circulaire economie een voorsprongpositie op te bouwen.       

Lees ook: MeJudice Economen in debat

[1] Mark Rutte, Nederland en de OESO, OECD360 Nederland 2015, p 7.

Hoort bij