BLOG - ‘Network for Open Economies and Inclusive Societies’ (NOEIS)

  • Het ‘Network for Open Economies and Inclusive Societies’ (NOEIS) heeft op 30 mei 2018 een succesvolle Ministeriële bijeenkomst gehouden, en marge van de jaarlijkse MCM (Ministerial Council Meeting) van de OESO (met multilateralisme als centraal thema). De vergadering werd voorgezeten door Minister Kaag. Alle leden van het Netwerk waren vertegenwoordigd, met een mooie opkomst van Ministers en Staatssecretarissen. Het Netwerk heeft uiteindelijk tijdens de OESO-Week van dit jaar het enige Ministeriële statement geproduceerd.
  • Mexico werd verwelkomd als nieuw lid, wat het aantal landen dat zich inzet voor bevordering van een goed functionerende open wereldeconomie én vermindering van buitensporige ongelijkheden, tot 20 brengt: Argentinië, België, Canada, Chili, Colombia, Costa Rica, Tsjechië, Finland, Duitsland, Hongarije, Japan, Letland, Luxemburg, Mexico, Nederland, Noorwegen, Peru, Polen, Spanje en Zweden. Landen als IJsland, Nieuw-Zeeland, Singapore, VK, Zuid-Korea en Zwitserland zijn nog geen lid, maar hebben wel interesse in het Netwerk getoond.
  • NOEIS Ministers hebben ook baat gehad bij de aanwezigheid van en interactie met uitgenodigde stakeholders (BIAC, TUAC en OECD Watch), wiens inbreng een essentieel onderdeel vormt van de dialoog en het feedbackmechanisme waar het Netwerk zich aan heeft gecommitteerd bij het lancering van het Nederlandse initiatief in 2017.
  • Tijdens de Ministeriële bijeenkomst hebben landen eveneens goede praktijken en geleerde lessen gedeeld die beide dimensies van economische openheid en inclusiviteit weerspiegelen, een essentieel doel en per definitie de toegevoegde waarde van het Netwerk.
  • De discussie werd gedomineerd door de constatering dat het op regels gebaseerde multilaterale handelsstelsel met een sleutelrol voor de WTO van essentieel belang is voor onze economieën en voor de globale economische stabiliteit, de welvaart op lange termijn en inclusieve en duurzame groei. In de wetenschap dat protectionisme geen oplossing is in een wereld van sterk geïntegreerde mondiale waardeketens (GVCs), hebben de aanwezige Ministers zich ertoe verbonden het in al haar vormen met versterkte inspanningen te bestrijden, af te zien van het nemen van nieuwe protectionistische maatregelen en het terugdraaien van bestaande. Er was consensus over het feit dat er dringend moet worden gezorgd voor een echt mondiaal ‘level playing field’ om de hoofdoorzaak van de huidige handelsspanningen aan te pakken, het risico van escalatie te vermijden en de negatieve gevolgen van handelsverstorende maatregelen in een aantal sectoren (m.n. die met overcapaciteit) te benadrukken.
  • Meerdere Ministers gaven aan dat door de toegenomen verwevenheid tussen landen, multilateralisme meer dan ooit nodig is. Het scala aan mondiale beleidsuitdagingen waarvoor multilaterale samenwerking vereist is, is aanzienlijk uitgebreid, terwijl de internationale dialoog en het delen van ‘evidence-based’ informatie en ervaring in toenemende mate nuttig zijn om gemeenschappelijke binnenlandse beleidskwesties effectief het hoofd te kunnen bieden. Beter inzicht in spillover-effecten van binnenlands beleid kan ertoe bijdragen dat nationale strategieën elkaar op internationaal niveau versterken.
  • Om open handel en investeringen voor iedereen te laten werken, zouden nationale overheden een meer geïntegreerde beleidsaanpak moeten kiezen, door coherente beleidskaders te ontwerpen en te implementeren die betere resultaten van globalisering garanderen. De uitbreiding van de digitale economie, mondiale waardeketens en dienstenhandel hebben de complexiteit van deze relatie vergroot, met vermenigvuldigde interacties en indirecte dwarsverbanden tot gevolg. Handelsbeleid en -overeenkomsten zouden ervoor moeten zorgen dat de voordelen van handel en investeringen breder en tastbaarder kunnen worden gedeeld. Het is dan ook noodzakelijk economische openheid en inclusiviteit beleidsmatig met elkaar te verbinden. Zo leiden belemmeringen voor handel ertoe dat landen niet ten volle kunnen profiteren van economische openheid. In termen van inclusieve samenlevingen kunnen ongelijke kansen gevolgen hebben voor meerdere generaties, als ze niet adequaat worden tegengegaan. Zoals door de Canadese Minister Champagne (Buitenlandse Handel) treffend verwoord: ‘We have to organize trade as a march to the top, not a race to the bottom. Let trade be a positive force for change, raising labour, environmental and human rights standards’.
  • Het Netwerk laat zien hoe belangrijk samenwerking is in al haar complementaire dimensies, voor een beter begrip van hoe we onze acties op nationaal en internationaal niveau kunnen koppelen t.b.v. een gecoördineerde respons, effectief anticiperend op oplossingen t.b.v. gedeelde uitdagingen. Gezamenlijk werk tussen de WTO, de ILO en de OESO is in dit opzicht relevant. Hetzelfde geldt voor de samenwerking tussen het VN-systeem en de OESO m.b.t. de uitvoering van de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling. Zorgen dat OESO-normen en instrumenten op één lijn liggen en effectief worden gehandhaafd, is zondermeer ook belangrijk. Enkele relevante voorbeelden in dit verband: de codes van liberalisering van kapitaalverkeer, de richtlijnen voor multinationale ondernemingen en maatschappelijk verantwoord ondernemen (RBC), de richtlijnen voor corporate governance van staatsondernemingen, het beleidskader voor investeringen (PFI) en het anti-corruptieverdrag (ABC).
  • Op nationaal niveau zouden overheden d.m.v. kansen-, innovatie- en concurrentiebevorderend beleid de randvoorwaarden moeten versterken om de voordelen van open handel en investeringen te kunnen concretiseren (o.m. via productmarkt- en arbeidsmarkthervormingen, nationale socialezekerheidsstelsels, beleid ter bevordering van kennisdiffusie en gerichte investeringen in gezondheid en onderwijs).
  • De Ministeriële gedachtewisseling werd ook geïnspireerd door relevante analyses geëxtrapoleerd uit een pakket van ‘snapshots’ van NOEIS landen, onlangs door de OESO geproduceerd op verzoek van het Netwerk, op basis van bestaand werk en geselecteerde indicatoren (naar verwachting online voor het zomerreces). Men was het erover eens dat dit een nuttig vehikel is en zal zijn om gezamenlijk belangrijke domeinen te identificeren en prioriteiten te stellen voor specifieke accenten waar het Netwerk zich in de nabije toekomst op zou kunnen gaan richten, strevend naar nieuwe beleidsinzichten. Minister Kaag stelde in dit verband voor aan een actiegerichte agenda voor het komende jaar te werken. Canada suggereerde als een van de mogelijke uitkomsten / targets voor het Netwerk in 2025 (verankerd in handelsovereenkomsten): 25 hoofdstukken m.b.t. gender, 25 hoofdstukken m.b.t. arbeid en 25 hoofdstukken m.b.t. milieu. 
  • Sinds de lancering in 2017 heeft het Netwerk bruikbare thematische meetings georganiseerd ter bevordering van ‘peer learning’ en kennisuitwisseling, waaronder het meest recentelijk over handel en gender (i.s.m. Canada en Zweden). Bij de afsluiting van de bijeenkomst werd erkend dat gedeeld eigenaarschap en actieve betrokkenheid van NOEIS-landen van cruciaal belang zullen zijn voor de slagvaardigheid van het Netwerk in de toekomst.

Voor meer info (persbericht): https://www.permanentrepresentations.nl/latest/news/2018/05/30/press-release---network-for-open-economies-and-inclusive-societies-noeis-holds-ministerial-meeting-on-the-margins-of-the-oecd-ministerial-council-meeting---30-may-2018---paris-france

Hoort bij