NIEUWSBRIEF PV OESO - OKTOBER 2019

VOORWOORD

Ook nu weer aarzel ik, bij het schrijven van dit voorwoord. Welk thema kies ik? Zal ik schrijven over een onderwerp dat zeer actueel is in Nederland, en waar de OESO over geschreven heeft? Of zal ik kiezen voor het meest hotte thema bij de OESO, met grote betekenis voor Nederland?

In het eerste geval kan ik schrijven over de Nederlandse landbouw. De laatste OESO-studie (OECD 2015 Innovation, Agricultural Productivity and Sustainability in the Netherlands) over de Nederlandse landbouw dateert van 2015, enige tijd geleden dus. Ronduit lovend, moet ik constateren. Zeer innovatief, zeer productief, zeer exportgericht. Slechts wat kleine kanttekeningen bij de belasting voor het milieu. De sector heeft belangrijke stappen gezet richting duurzaamheid, maar er kan wel een tandje bij, met name ten aanzien van biodiversiteit, aldus de OESO toen. Vijf jaren verder wordt het belang van circulaire landbouw en biodiversiteit nog weer steviger beleefd.

Nee, laat ik toch schrijven over het meest prangende onderwerp waar de OESO in opdracht van de G20 voor aan de bak staat: de belasting van Multinationale Ondernemingen in een digitale economie. Het probleem is bekend. Winstbelasting is verbonden met fysieke aanwezigheid in een land. In een digitale economie, met steeds meer digitale dienstverlening over de grens heen, zonder feitelijke fysieke aanwezigheid van een bedrijf, doemt de vraag op of dat houdbaar is. Is het terecht dat een land, waar een digitaal opererend bedrijf een aanzienlijke markt heeft, en ook gebruik maakt van de in dat land aanwezige infrastructuur, maar niet fysiek aanwezig is, toch recht heeft op een gedeelte van de winstbelasting van dat bedrijf? Iedereen is het daar wel over eens: dat is zeker te rechtvaardigen. Echter, hoe je dat vorm geeft is een wat ingewikkeldere vraag. Dat betekent dat je moet gaan morrelen aan de bestaande praktijk van verdeling van winstbelasting over landen en fiscale jurisdicties op basis van fysieke aanwezigheid. Dat is natuurlijk lastig en leidt tot een herverdeling van die winstbelasting, waarbij sommige landen grondslag gaan winnen, andere verliezen. Maar het is wel belangrijk te beseffen dat bij het uitblijven van multilaterale afspraken bij deze andere verdeling van de koek, landen de neiging hebben, of politieke druk voelen, op eigen houtje unilaterale belastingen in te voeren. Dit gebeurt al en leidt tot de voor bedrijven ongewenste uitkomst van onzekerheid en risico van dubbele belasting. Dat zal de toch al kwakkelende economische groei geen goed doen. Ook het Amerikaanse bedrijfsleven -twee weken geleden nog kreeg ik Amazon op bezoek om een pleidooi voor een OESO oplossing te houden- oefent druk uit op de Amerikaanse regering om toch vooral mee te werken aan een multilaterale oplossing. Tsja, ook de VS ziet hier toch echt het belang van multilateralisme!

Drie voorstellen lagen op tafel. Heel in het kort de drie voorstellen: een eigenlijk te beperkt voorstel rond uitsluitend digitale bedrijven, een te omvangrijk voorstel voor het gehele bedrijfsleven, en een te ingewikkeld voorstel op basis van immateriële activa. Op 9 oktober heeft de OESO op basis van die drie voorstellen een uniform voorstel gedaan over hoe dit nu vorm te geven, bestaande uit twee pijlers. De eerste pijler van het voorstel gaat over het verschuiven van de winstbelasting mede op basis van marktpresentie en wordt nu ter publieke consultatie voorgelegd aan bedrijven, NGO’s, belangengroepen. Het is uiteindelijk de bedoeling dat een uitgewerkt voorstel eind 2020 gedragen wordt door niet alleen de OESO lidstaten, maar door liefst 134 landen die hier aan mee werken. Ambitieus, maar gelijktijdig noodzakelijk, om een “alleingang” van landen te voorkomen. De Europese Commissie heeft al aangegeven wanneer dit onverhoopt niet lukt verder te willen werken aan een Europees voorstel.

Daarnaast heeft de OESO in de zogeheten tweede pijler het voorstel gedaan dat internationaal opererende bedrijven altijd een bepaald minimum aan winstbelasting dienen te betalen. Dit wijkt niet erg af van Nederlandse ideeën. Dit wordt later dit jaar verder uitgewerkt om vervolgens ter publieke consultatie voorgelegd te worden.

Beide pijlers vergen nog heel wat technische uitwerkingen. Slechts op basis van die uitwerkingen kan bepaald worden wat dit nu voor Nederland betekent, wat de invloed daarvan is op onze belastingontvangsten. Voor welke bedrijven dient dit nu te gaan gelden? Het voorstel is nu de bedrijven die gericht zijn op consumenten. Hoe meet je de belastbare aanwezigheid van bedrijven, zonder dat ze fysiek aanwezig zijn? Het voorstel is een bepaald percentage van de omzet. Nog lastiger: hoe identificeer je binnen MNO’s welke entiteiten winst maken die in aanmerking komen voor een andere verdeling. Terecht schrijft staatssecretaris Snel aan het parlement dat het nog te vroeg is de precieze effecten voor Nederland aan te geven. Toch verwacht de OESO zelf, bij monde van directeur Saint-Amans, dat kleine exporterende landen als de Nordics, en investeringshubs als Nederland en Ierland, weleens serieus grondslag kunnen gaan verliezen.

Hoewel er een belangrijke stap gezet is, is er nog een lange, hobbelige weg te gaan. Overeenstemming bereiken met 134 landen over zoiets ingrijpends is geen sinecure. Toch moeten de ogenschijnlijke verliezers zich altijd realiseren dat er ook een belangrijk verlies geleden wordt wanneer er geen multilaterale oplossing komt. We komen dan in de onaantrekkelijke wereld van fiscale onzekerheid en dubbele belastingen. Ook vanuit die optiek blijf ik optimistisch over multilateralisme.

Guido Biessen, Ambassadeur, Permanent Vertegenwoordiger bij de OESO 

T +33 (0) 1 4062 3304 

guido.biessen@minbuza.nl

http://oecd.nlmission.org

https://twitter.com/GuidoBiessen

THEMA ACTUALITEITEN

ECONOMIE

Interim Economic Outlook, “Warning, low growth ahead”

Hoofdeconoom Laurence Boone presenteerde op 19 september jl. de Interim Economic Outlook. Het nogal sombere stuk, onder de kop “Warning: low growth ahead”, laat een inmiddels bekend beeld zien. De OESO heeft de groeiverwachting verder verlaagd t.o.v. eerdere ramingen. De oorzaken zijn inmiddels bekend. Bovenaan staan de toegenomen handelsspanningen tussen de VS en China, maar ook elders (bijv. tussen Japan en Zuid-Korea). De handelsbeperkingen zijn het afgelopen jaar fors toegenomen en het totale wereldhandelsvolume is voor het eerst sinds lange tijd zelfs gedaald. Dit leidt tot onzekerheid en tast het vertrouwen, de investeringen en de groei aan. De Brexit vormt de andere grote risicofactor. De OESO heeft zijn eerdere analyse daarover geactualiseerd, met de nodige slagen om de arm. Volgens de berekeningen van de OESO zou een no-deal Brexit in het VK tot een forse verlaging van de groei en mogelijk een recessie leiden (-1,8% t.o.v. baseline in 2020, oplopend tot -2,9% in 2022). Ook voor de EU-landen leidt een no-deal Brexit tot een aanzienlijke verlies aan groei (gemiddeld -0,5%). De OESO wijst daarnaast op andere risicofactoren zoals de kwetsbaarheid van de financiële markten en de recente spanningen in het Midden-Oosten en het mogelijke effect daarvan op de olieprijs. De OESO maakt zich ook zorgen over de structureel dalende groei en de afnemende arbeidsproductiviteit. Boone riep overheden op in actie te komen en iets te doen aan de toegenomen onzekerheid. Dat vereist allereerst het in goede banen leiden van de handelsgeschillen, maar ook actie op het gebied van monetair en budgettair beleid en structurele hervormingen. De huidige situatie vereist volgens de OESO een voortzetting van het ruime monetaire beleid. De effectiviteit daarvan kan echter worden vergroot, indien dit vergezeld gaat van een actiever budgettair beleid en structurele hervormingen. Dit geldt in het bijzonder voor de eurozone waar de te grote afhankelijkheid van het monetaire beleid tot verstoringen leidt. Budgettair beleid moet een grotere rol spelen bij de ondersteuning van de groei en de lage rente biedt een kans om te investeren in infrastructuur, aldus Boone. Zij maakte tijdens de presentatie van de Interim Outlook op dit punt een expliciete verwijzing naar de recente Nederlandse begroting en de plannen voor het opzetten van een investeringsfonds. “Een goed voorbeeld.... van iets waar de OESO al langer om gevraagd heeft”, aldus de hoofdeconoom van de OESO.

OECD Global Blockchain Policy Forum, “de hype voorbij”

Op 12 en 13 september jl. vond bij de OESO in Parijs het tweede Global Blockchain Policy Forum plaats, onder grote belangstelling. Ook Bedoeling van de conferentie was om, nu de hype rond de op blockchain-technologie gebaseerde cryptocurrencies voorbij is, te kijken naar de praktische toepasbaarheid van deze technologie in verschillende sectoren en na te denken over een passend regelgevend kader op internationaal niveau. In zijn key note speech wees de Franse minister van Financiën Bruno le Maire op het grote potentieel van blockchain. Frankrijk wil zich positioneren als één van de koplopers op dit gebied. Wel is het zaak deze potentieel zeer verstorende technologie goed “te reguleren in lijn met onze normen en waarden”, aldus de minister. In dit verband sprak Le Maire zich expliciet uit tegen de invoering van de door Facebook en andere bedrijven gelanceerde Libra-munt. De invoering zou tot chaos op de financiële markten kunnen leiden en de soevereiniteit van staten op monetair terrein aantasten. De financiele sector diende zelf de handschoen op te nemen door het betalingsverkeer te verbeteren en de kosten te verlagen. Ook zou nagedacht moeten worden over de invoering van een publieke digitale munt. SG Gurria gaf aan dat de OESO een actieve rol wil spelen op het gebied van blockchain. Zo heeft de organisatie recent een Blockchain Policy Centre opgericht en wil zij in het komende jaar internationale richtlijnen voor blockchain gaan opstellen, zoals dat eerder ook voor kunstmatige intelligentie is gebeurd.

FISCALITEIT

OESO-voorstel mb.t. internationale belastingregels

De OESO heeft op 9 oktober jl. een nieuw voorstel gedaan voor de aanpassing van de internationale belastingregels. Het voorstel vloeit voort uit eerder werk van het OECD/G20 Inclusive Framework on Base Erosion and Profit Shifting (BEPS) dat erop gericht is om tot internationale afspraken te komen om belastingontwijking door grondslaguitholling en winstverschuiving tegen te gaan. In het kader van het Inclusive Framework werken 134 landen samen. Het huidige voorstel probeert met name een oplossing aan te dragen voor de uitdagingen op belastinggebied die de digitalisering van de economie met zich meebrengt. Daarbij gaat het onder andere om de verdeling van heffingsrechten (m.b.t. winstbelasting) tussen landen. De OESO stelt voor dat multinationals belasting gaan betalen in al die landen waar ze actief zijn en inkomsten genereren, niet alleen in landen waar zij een fysieke aanwezigheid hebben of waar ze intellectueel eigendom hebben ondergebracht. “Het uiteindelijke doel is dat multinationals op eerlijke wijze bijdragen aan de belastingen”, aldus SG Gurria tijdens de presentatie van het voorstel. In de komende periode zal de OESO de dialoog aangaan met belanghebbenden (m.n. bedrijven en NGO’s) teneinde het voorstel verder te verfijnen en tot breed gedragen oplossingen te komen. Naar verwachting zal de OESO voor het einde van het jaar met een tweede soortgelijke consultatiedocument komen, ditmaal over het gewenste minimumtarief van winstbelasting. Bedoeling is om voor het einde van 2020 tot een algeheel akkoord te komen. Mocht dat niet lukken, dan neemt het risico toe dat meer landen eenzijdig maatregelen treffen. Voor meer info: zie link en over de Nederlandse positie: zie link.

ONTWIKKELINGSSAMENWERKING

Zoals al in de lucht hing bij het verschijnen van de laatste nieuwsbrief: de Aanbeveling ter preventie en aanpak van seksueel misbruik is unaniem aangenomen in de DAC! De plannen voor de implementatie van de richtlijn krijgen al duidelijke contouren, hoewel de DAC leden nog wel wat meer detail willen zien. Nederland heeft al aangekondigd haar vrijwillige bijdragen deels voor de implementatie te oormerken om te voorkomen dat er vertraging optreed door de ongelukkige timing in de budgetcyclus van 2 jaar. Verder verschijnen er aan de lopende band interessante studie en adviezen. Zo is de steun aan het multilaterale systeem geanalyseerd waaruit blijkt dat core-bijdragen nog steeds de overhand hebben bij steun aan de meeste multilaterale instellingen, met uitzondering van de VN. Daar domineren geoormerkte bijdragen, en dat is de laatste jaren alleen maar toegenomen. Nu is dat beeld wat vertekend door het grote aandeel van humanitaire hulp en bovendien bestaat een deel van de niet-core bijdragen uit pooled-funding waardoor er minder versnippering optreedt dan de verdeling core-noncore suggereert. Ook interessant is een analyse van de kansen en bedreigingen van de digitale revolutie op de ruimte voor maatschappelijke organisaties Zonder dat er voorlopig duidelijke conclusies getrokken kan worden over hoe de balans uitvalt. Meer van dit soort policy-briefs zijn in voorbereiding.

INNOVATIE, TECHNOLOGIE EN WETENSCHAP

Route 66 / bezoek van talentpool D66

De talentpool van D66 bracht op 4 oktober jl een bezoek aan de OESO. Drie experts van de OESO - Stefan Thewissen, Boele Bonthuis en Sebastian Königs - gaven presentaties over de arbeidsmarkt- en pensioenproblematiek, met speciale aandacht voor de Nederlandse situatie. Ook werd stilgestaan bij recente flagship studies van de OESO over The Broken Social Elevator en The Squeezed Middle Class. De uitstekende presentaties gaven aanleiding tot een levendige discussie met de jonge D66’ers. Het bezoek van D66 aan de OESO past in het streven van de Permanente Vertegenwoordiging om het werk van de OESO meer onder de aandacht te brengen van Nederlandse geïnteresseerden, ook buiten de gebruikelijke ‘afnemers’.

KLIMAAT EN ENERGIE

The Clean Energy Transitions Programme (CETP)

Nederland heeft toegezegd met 2,6 miljoen bij te dragen aan de Clean Energy Transition Programme (CETP) activiteiten in Afrika. Dit programmaonderdeel beoogt de energietransitie in Afrika, met een sterkte focus op Sahel, te bevorderen door middel van het delen van kennis, data en beleidsondersteuning. Dat moet bijdragen aan de acceleratie van hernieuwbare energie, banen, stabiliteit en perspectief in de regio. Het CETP in brede zin, is gericht op het leveren van technische ondersteuning aan overheden waarvan het energiebeleid veel impact heeft op het tempo en voorspellingen t.a.v. van een wereldwijde transitie naar duurzame energie productie en gebruik. Enkele belangrijke landen hierin zijn Brazilie, China, India, Indonesie, Mexico en Zuid Afrika. Meer info zie link.

WATER

Voor de OESO is water een belangrijk thema, aangezien het raakt aan thema’s zoals veiligheid, landbouw, biodiversiteit en klimaat. Vanwege het belang van deze onderwerpen voor OESO landen heeft de OESO in 2016 een beleidsaanbeveling opgesteld met betrekking tot water, zodat landen op een meer coherente manier hun waterbeleid kunnen vormgeven. Door middel van deze beleidsaanbeveling hoopt de OESO bij te dragen aan het waterbeleid van  OESO landen zodat deze beter in staat zijn om te gaan met waterrisico’s, zoals overstromingen maar ook droogte. Om de implementatie van deze beleidsaanbeveling te monitoren heeft de OESO op 15 oktober een workshop georganiseerd. Tijdens de workshop bespraken afgevaardigden van de OESO lidstaten met elkaar onder andere op welke manier in hun land waterbeleid wordt vormgegeven, hoe risico’s worden ingeschat en hoe de financiering van waterbeleid wordt gewaarborgd. Op veel van deze gebieden blijkt Nederland het relatief goed te doen, zo is de financiering van waterbeleid goed gewaarborgd door middel van onder andere de waterschappen. Andere landen kennen dit systeem niet direct, dus hier is een veelvoud aan financieringsvormen zichtbaar, van lokale tot nationale belastingen. Ook op het terrein van publiekscommunicatie van waterrisico’s blijkt Nederland het goed te doen, alhoewel mensen zich in Nederland niet altijd bewust zijn van het werk dat nodig is om risico’s te beperken. Door middel van aanvullend onderzoek weet de OESO ook andere uitdagingen aan te wijzen voor Nederland, zoals het feit dat ook in de toekomst grote investeringen nodig blijven om hetzelfde beschermingsniveau te kunnen bieden. Hierbij is de werkwijze van Nederland, waarbij we ons waterbeleid richten op een zeker beschermingsniveau, duidelijk andere dan werkwijze van andere landen zoals Groot-Brittannië, die duidelijk meer gebruik maken van kosten-baten analyse. Al met al leveren dit soort interessante discussies veel nieuwe inzichten op. In 2020 rondt de OESO haar rapportage over de implementatie van de beleidsaanbevelingen op het gebied van water af.

LANDBOUW

Aandacht voor duurzame voedselsystemen – intensieve samenwerking NL en OESO

Vanouds is het OESO werk in het landbouwdomein gericht op de verkenning en analyse van landbouwmarkten (FAO-OECD Agricultural Outlook) en landbouwpolitiek wereldwijd (Agricultural Policy Monitoring and Evaluation). De vraagstukken rond milieu, klimaat komen ook steeds prominenter aan bod. Het een is niet los te zien van het ander. Hoe verenigen we de uitdagingen van de landbouw: voedselproductie voor een groeiende wereldbevolking, binnen de lokale en mondiale grenzen van milieu en biodiversiteit en tegelijkertijd ook nog een goed belegde boterham (de Triple Challenge)? Waar liggen de trade-offs en hoe voorkomen we sub-optimalisatie? De zogeheten triple-challenge vraagt om een integrale aanpak van het voedselsysteem als geheel. In het voorjaar organiseerde de OESO in Parijs een Global Forum on Agriculture over dit thema.  De discussie kreeg een vervolg in Wageningen tijdens een 3-daags seminar over Policy options for the food system. Dit seminar, een co-productie van de OESO/de PV OESO en het ministerie van LNV, had als doel om de nationale (Nederlandse) discussie over de toekomst van de landbouw te koppelen aan het werk van de OESO enerzijds en het gedachtengoed en ervaringen van OESO-landen anderzijds, zie link.

Minister Carola Schouten gaf eind vorig jaar het startsein voor een (her)nieuwde bezinning over grenzen aan agrarische groei met de toekomst visie ‘Landbouw, natuur en voedsel Waardevol en verbonden’. In deze visie klinkt de boodschap dat in de voedselketen als geheel een systeemomslag nodig is waarbij productie en milieu/natuur meer in balans zijn. De OESO werkt aan een Food Systems Review, een grote overzichtsanalyse waarbij huidige kennis over de voedselsysteembenadering in kaart wordt gebracht en toegankelijk wordt gemaakt. Speciale aandacht gaat daarbij uit naar de trade-offs en synergiën die ontstaan bij het adresseren van de Triple Challenge: waar zijn win-wins en waar contradicties? Overigens is een integrale voedselsysteem aanpak niet altijd noodzakelijk. Sommige uitdagingen kunnen ‘los’ worden geadresseerd. Het is echter wel belangrijk om beleid op een coherente manier te structureren. De internationale dimensie vraagt extra aandacht: de regio’s waar de vraag naar voedsel groeit zijn niet dezelfde als de regio’s waar de voedselproductie kan toenemen. Een open, internationale voedselketen die door de markt in balans wordt gebracht is ook minder kwetsbaar voor schokken dan een gesloten economisch systeem. Een aandachtspunt daarbij is hoe we de milieueffecten van de nutriënten-stromen internationaal beter in balans kunnen brengen en hoe we de niet economische baten en lasten (nadelige effecten op natuur/milieu) kunnen verrekenen in de kosten.

OVERZICHT EVENEMENTEN

Bezoek delegatie WRR aan OESO

Op 20 november brengt de WRR (Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid) een bezoek aan de OESO. Dit bezoek is in het kader van een onderzoeksproject over de houdbaarheid van het Nederlandse zorgstelsel. Naar aanleiding van een vraag van de Tweede Kamer kijkt de WRR naar onderwerpen zoals de betaalbaarheid op lange termijn, de personele houdbaarheid en het maatschappelijk draagvlak voor het zorgstelsel. De WRR is daarom geïnteresseerd in het werk van de OESO op dit gebied en spreekt onder andere met de auteurs van het gezaghebbende OESO-rapport Health at a Glance.

Bezoek prinses Laurentien aan OESO

Maar liefst tweemaal brengt prinses Laurentien dit najaar een bezoek aan de OESO. Op 19 november opent zij de conferentie Building Resilience in Vulnerable Children en op 3 december zal zij deelnemen aan de lancering van PISA 2018, het grootschalige vergelijkende OESO-onderzoek naar kennis en vaardigheden van 15-jarige scholieren (tbc) zie link

IEA Ministerial Meeting

Voorbereidingen zijn in volle gang voor de bestuursvergadering op ministerieel niveau, die het International Energy Agency (IEA) eens per twee jaar organiseert. De vergadering vindt plaats op 5-6 december en zal door Minister Wiebes van EZK worden bezocht. Het overkoepelende thema van de bijeenkomst betreft “Building the Future of Energy”. Daarbinnen zal onder meer aandacht worden besteed aan energie transitie, Energie in Afrika, en Waterstof. In de volgende nieuwbrief kunnen we terugblikken op wat hopelijk een constructieve bijeenkomst is gebleken.

Meer evenementen zie link en ONE.

PUBLICATIES

Lancering rapporten

Als onderdeel van de OESO, behoort het produceren van rapporten met data en analyses tot de corebusiness van het IEA. We lichten er twee uit:

Key World Energy Statistics

In september jl. is een van IEA’s jaarlijkse paradepaardjes gelanceerd: Key World Energy Statistics (KWES). Dit rapport geeft een overzicht van de ontwikkelingen omtrent energie productie en –verbruik. Dit helpt landen om zowel op nationaal alsook op internationaal niveau een beeld te krijgen van onder meer, de energie transitie. Doel van het IEA is daarmee om beleidsmakers van informatie te voorzien, waarop vervolgens beleid kan worden gemaakt.

Market report series: Renewables 2019

Dit rapport betreft een vooruitblik op de komende vijf jaar (2019-2024) en een marktanalyse met betrekking tot hernieuwbare energy en de technologie die zich in dat kader naar verwachting zal ontwikkelen. Tevens geeft het rapport een overzicht van de wereldwijde trends en ontwikkelingen m.b.t. hernieuwbare energy, als het gaat om elektriciteit, verwarming en transport. Dit jaar gaat specifieke aandacht uit naar zonne-energie. Naar verwachting zal de capaciteit van de solarsector verdubbelen in de komende vijf jaar. Het rapport beschrijft zowel de huidige verdeling van zonnecellen wereldwijd, alsook de ruimte en potentie om te groeien. Dat brengt nieuwe kansen en uitdagingen met zich mee. Een belangrijke voorspelling is dat zonnecellensystemen niet alleen in commerciële gebouwen en de industrie zullen worden gebruikt, maar ook in huizen. Het verlangen en het vermogen van burgers om zelf energie te genereren, neemt snel toe. “In 2024 zouden wereldwijd 100 miljoen zonnecelsystemen op daken van huizen kunnen zijn geïnstalleerd” aldus het IEA. Naar verwachting zijn de zonnecellen op huizen dan goed voor een kwart van de totale zonnecel distributie. In 2024 behoort Nederland dan samen met Australië, België, California (USA) en Oostenrijk, tot de top vijf van markten voor zonnecelinstallaties.  In de periode van 2019-2024 zal in Nederland de capaciteit van hernieuwbare energie verdrievoudigen. Dit komt o.a. door de zonne-energie, die naar verwachting met 14 GW zal groeien. Daarnaast wordt voor 2024 ook een groei van 4.3 GW voorspeld in de offshore wind energie productie. Tevens zal energie verkregen uit biomassa en onshore windenergie ook bijdragen aan de toename van hernieuwbare energie. De groei van de laatst genoemde is lastiger te voorspellen gezien de publieke weerstand die er bestaat t.a.v. windmolens op het land. Meer info, zie link

http://www.oecd.org/about/publishing/

http://www.oecd-ilibrary.org/

Publicaties met betrekking tot Nederland

International Energy Agency – IEA publications

International Transport Forum – ITF publications

Nuclear Energy Agency – NEA publications

 VACATURES OESO

The OECD is recruiting:

PV OESO PARIJS

Een bijna volledig nieuwe team bij de PV OESO : door de komst van de nieuwe deputy, Robert-Jan Scheer, Peter Keulers, de economische raad, en Zainab Akariou, beleidsmedewerker. Marjoleine Hennis is voor een periode van 2 jaar geplaatst bij de OECD RBC en is vervangen door Freerk Boedeltje, beleidsmedewerker. Tijdelijke versterking van rijkstrainee, Veerne Koops en stagiaire, Jaap Kerr.

CONTACTGEGEVENS

Guido Biessen
Permanent Vertegenwoordiger OESO
Robert-Jan Scheer, Plv. Permanent Vertegenwoordiger OESO
Uitvoerend Comité OESO, Energie, Duurzame Ontwikkeling, Ontwikkelingscluster
Peter Keulers, Economische Raad
Algemene economie, Mededinging, Innovatie, Handel, Investeringen, Multinationale Ondernemingen (MNO’s), Ondernemerschap, MKB, Digitale Economie, Financiële Markten, Fiscale aangelegenheden, Corporate Governance, Public Governance, Corruptiebestrijding

Jan Gerrit Deelen, Landbouwraad

Landbouw & Voedsel, Visserij, Milieu & Klimaat, Circulariteit grondstoffen, Regionaal beleid

Zainab Akariou, tweede secretaris
OESO Comité Externe Betrekkingen, Onderwijs, Begroting, Toetreding, Health
Freerk Boedeltje, Beleidsmedewerker
Sociale Zaken, Werkgelegenheid, IMVO, Migratie/Integratie, Gezond en Veilig Werken, Skills, Gender

Ilse van Ruler, Assistent Ambassadeur, Managementondersteuner
Simone Hegge, Assistent Plv Ambassadeur, Managementondersteuner

U ontvangt deze nieuwsbrief omdat u in het verleden contact heeft gehad met de PV OESO te Parijs. Als u contact met de PV OESO niet langer op prijs stelt, kunt u dat kenbaar maken door een mailbericht te sturen naar: pao@minbuza.nl. Wij verwijderen dan al uw gegevens uit ons bestand. De privacyverklaring van het Ministerie van Buitenlandse Zaken kunt u hier lezen.