NIEUWSBRIEF PV OESO - DECEMBER 2019

VOORWOORD

Tot tweemaal toe bezocht Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Laurentien de OESO afgelopen maand. Eenmaal voor de lancering van het PISA onderzoek, eenmaal om te spreken over het belang van voorschoolse educatie. Onze magere scores bij PISA zouden weleens een samenhang kunnen hebben met voorschoolse educatie.

Het PISA onderzoek, het Program for International Student Assessment, behelst een twee uur durende test, die eens in de drie jaar gehouden wordt onder liefst 600.000 15 jarigen in 79 landen. De toets beoogt de scholieren te beoordelen op leesvaardigheid, wiskunde en natuurwetenschappen. Een OESO onderzoek dat wereldwijd terecht veel aandacht geniet en erkenning krijgt. Er is goed nieuws te ontdekken. Tussen 2003-2018 gingen in landen als Brazilië, Indonesië, Mexico en Turkije veel meer 15 jarigen naar school, zonder dat dat ten koste ging van de kwaliteit van het onderwijs. Er is ook minder goed nieuws. Een op de vier scholieren had moeite met basale leesvaardigheid. Ook blijkt slechts 9% van alle scholieren in staat een mening van een feit te kunnen onderscheiden. Wellicht dankzij sociale media, maar daar waar veel jongeren hun nieuws uit sociale media halen is dit niet echt een geruststellende gedachte.

Ook in Nederland haalde PISA de voorpagina’s van kranten, en veel columnisten schreven erover. De resultaten van de Nederlandse scholieren zijn dan ook bepaald verontrustend. Waar Nederland op veel lijstjes in de top prijkt, geldt dat hier duidelijk niet. Op leesvaardigheid scoren de Nederlandse scholieren inmiddels onder het OESO gemiddelde, in voetbaltermen, we staan voor het eerst in het rechterrijtje. De leesvaardigheid staat al sinds 2003 onder druk en daalt steeds meer. Hoewel onze scholieren met wiskunde en natuurwetenschappen wel nog boven het OESO gemiddelde scoren, is de trend ook daar dalend. Relevant is dat bij de leesvaardigheid er geen achteruitgang is te bespeuren bij de beter presterende scholieren, maar dat juist de achterblijvers zo achteruit kachelen.  Dit lijkt vooral gerelateerd te zijn aan sociale klasse, en veel minder aan etnische achtergrond. Op welzijn scoren de Nederlandse scholieren gelukkig nog steeds ruim boven het OECD gemiddelde.

Wat te doen? Wat opvalt is dat in eerder onderzoek de OESO het belang van voorschoolse educatie heeft benadrukt. Kinderen leren het meest op zeer jonge leeftijd. De vraag is of we dat in Nederland voldoende benutten. In Nederland is de crèche geen scholingsinstrument. Het is een arbeidsmarktinstrument, om tweeverdieners in staat te stellen als stel te werken en kinderen op te voeden. Voorwaar niet onbelangrijk. Kinderopvang valt dan ook in het domein van het ministerie van SZW, niet in het domein van het ministerie van OCW. De vraag is of we zo voldoende voorkomen dat jonge kinderen uit achterstandsgezinnen niet al met een taalachterstand het primair onderwijs binnenkomen.

De econoom Heleen Mees schreef in de Volkskrant van 18 december over China, dat als grote winnaar uit het PISA onderzoek te voorschijn kwam. Dit jaar scoorden de scholieren uit vier Chinese provincies, te weten Beijing, Shanghai, Jiangsu en Zhejiang, het beste resultaat. Overigens scoren ook Hong Kong, Singapore en Macao erg hoog. Van de OESO-landen scoren Estland, Canada, Finland en Ierland hoog. De Chinese scholieren scoorden niet alleen het beste over het geheel genomen, ze scoorden ook het beste resultaat op alle drie de getoetste onderwerpen: lezen, wiskunde en natuurwetenschappen. Hoe dan ook een immense prestatie, maar, zonder de goede resultaten van de Chinese scholieren in twijfel te trekken, valt op de vergelijkbaarheid met andere landen iets af te dingen. China selecteert de meest welvarende provincies. Het hukou registratie systeem beperkt kinderen van Chinese migranten van het platteland in hun deelname aan onderwijs. Vraag is waarom het OESO-secretariaat, om te engageren met China, andere regels lijkt toe te passen. De integriteit van het PISA onderzoek moet boven twijfel verheven zijn, en niet ten koste gaan van het verlangen van de OESO om op globaal niveau een rol te spelen.

Voor lessons to be learned kan wellicht beter gekeken worden naar Estland, dat het hoogst scoort van de OESO-landen, of Zweden, dat een neergaande trend wist om te buigen. En dat we lessen moeten leren is evident. In zijn groeibrief besteedt de minister van Economische Zaken en Klimaat Wiebes dan ook terecht veel aandacht aan het belang van funderend onderwijs voor onze toekomstige economische ontwikkeling!

Guido Biessen, Ambassadeur, Permanent Vertegenwoordiger bij de OESO 

T +33 (0) 1 4062 3304 

guido.biessen@minbuza.nl

http://oecd.nlmission.org

https://twitter.com/GuidoBiessen

THEMA ACTUALITEITEN

ECONOMIE

Economic Outlook

In de op 21 november jl. gepresenteerde Economic Outlook schetst de OESO een nogal somber beeld. De toegenomen onzekerheid als gevolg van geopolitieke en handelsspanningen heeft een negatief effect op groei, handel en investeringen en de organisatie heeft zijn ramingen weer naar beneden bijgesteld. Voor 2021 gaat de OESO uit van een globale groei van 3%; 2% in de VS, 1,2% in Europa, 0,7% in Japan en 5,5% in China. De groei van de wereldeconomie ligt al enkele jaren rond de 3%, een te laag niveau gelet op de groei van de wereldbevolking, en de oorzaak is voor een groot deel structureel. In het rapport wordt een aantal neerwaartse risico’s genoemd dat het beeld verder kan beïnvloeden: een escalatie van de handelsspanningen, een no-deal brexit, een groeivertraging in China, de kwetsbaarheid van de financiële markten en een mogelijke olieprijsstijging.

Tegelijkertijd vragen globale uitdagingen als klimaatverandering, digitalisering en vergrijzing om gericht beleid van overheden, maar regeringen geven nog onvoldoende thuis. Beleidswijzigingen zijn dan ook vereist om het tij te keren, aldus hoofdeconoom Laurence Boone tijdens de presentatie van de Outlook.

Zij benadrukte het belang van hogere overheidsinvesteringen en de rol die publieke investeringsfondsen daarbij kunnen vervullen. In dit verband wees zij expliciet naar Nederland. Daarnaast is het wegnemen van de onzekerheid op het gebied van handelsbeleid cruciaal voor herstel van de groei, aldus de hoofdeconoom.

Landenexamen Nederland

In 2020 zal de OESO een nieuwe Economic Survey over de Nederlandse economie publiceren, waarin ditmaal bijzondere aandacht zal worden besteed aan het onderwerp digitalisering en het effect daarvan op de productiviteit. Ter voorbereiding van het rapport zullen medewerkers van het OESO-secretariaat in de loop van volgend jaar een tweetal bezoeken brengen aan Nederland (in januari en juni). Bespreking van het rapport in het Economic and Development Review Committee van de OESO staat gepland voor 5 oktober 2020.

Bezoek BoFEB

Op 13 december jl. brachten de deelnemers aan de BoFEB-opleiding, onder leiding van Jan Donders, een bezoek aan de OESO. De Nederlandse PV Guido Biessen en verschillende experts van het OESO-secretariaat gaven presentaties over het werk van de OESO, hetgeen aanleiding gaf tot een levendige discussie. Een geslaagd bezoek!

Global Strategy Group

Op 27 en 28 november vond de jaarlijkse bijeenkomst van de Global Strategy Group plaats, die ditmaal gewijd was aan het onderwerp vergrijzing. Uitgebreid werd stilgestaan bij de verschillende economische effecten van vergrijzing. Arbeidsparticipatie en groei zullen onder druk komen te staan, terwijl de stijgende kosten van pensioenen en gezondheidszorg de houdbaarheid van de openbare financiën in veel OESO-landen aantasten. De oplossingsrichtingen zijn alom bekend, maar liggen politiek vaak uiterst gevoelig en vereisen daadkracht. Het pensioensysteem zal in veel landen moeten worden aangepast, met oog voor solidariteit tussen de verschillende generaties en de arbeidsparticipatie (van ouderen) zal moeten worden verhoogd door o.a. het bevorderen van life long learning. Ook veel aandacht voor de groeiende armoede onder ouderen en de kwetsbare positie van in het bijzonder vrouwen.

Tijdens een brainstormsessie over de toekomst van de OESO besloten de lidstaten het komende jaar te gaan werken aan een nieuw visie-document voor de organisatie, dat in 2021 ter gelegenheid van het 60-jarige bestaan van de organisatie gepubliceerd zal worden. Nederland is voornemens in deze discussie een voortrekkersrol te vervullen.

FISCALITEIT

Bezoek Staatssecretaris van Financiën

Staatssecretaris Menno Snel bracht op 5 november jl een bezoek aan Parijs. Hij had een onderhoud met zijn Franse ambtgenoot en was één van de sprekers tijdens de conferentie Ideethic bij het Institut de France over de internationale onderhandelingen over belastingen. En marge van deze conferentie sprak de staatssecretaris ook met Pascal Saint-Amans, de directeur van het Centre for Tax Policy and Administration van de OESO. De onderhandelingen over nieuwe internationale belastingregels in het kader van het OECD/G20 Inclusive Framework bevinden zich thans in een belangrijke fase. De OESO heeft de afgelopen maanden een tweetal voorstellen gelanceerd en het streven is erop gericht om voor het einde van 2020 tot een algeheel akkoord te komen. Recent zijn, naar aanleiding van een brief van de Amerikaanse Treasury Secretary Steven Mnuchin, enige vraagtekens gerezen over de Amerikaanse opstelling.

KLIMAAT EN ENERGIE

IEA Ministerial Meeting

Onder leiding van minister Wiebes (EZK) nam Nederland op 5 en 6 december deel aan de Ministeriele bijeenkomst in Parijs, die het IEA elke twee jaar organiseert. Ministers en afgevaardigden van IEA’s dertig lidstaten, de associatielanden en de toetredende landen namen deel. Ook de commerciële sector was goed vertegenwoordigd met CEO’s van twintig verschillende bedrijven in de energie- en transportsector.

Binnen het thematische kader Building the Future of Energy, werd er gesproken over energiezekerheid, global energy governance, het belang van transitie naar schone energie, en technologie om klimaatverandering tegen te gaan. Minister Wiebes zat een side-event voor over waterstof. Hier werd, onder meer, het belang van schaalvergroting onderstreept. Verder werd gesproken over de rol die het IEA kan spelen om de ontwikkeling en internationale samenwerking omtrent waterstof te versterken. Lees het  artikel en de Chair summary die het IEA hierover heeft gepubliceerd. De minister heeft aansluitend nog een constructief bilateraal overleg gehad met Portugal over waterstof. Zie het verslag voor meer info over dit gesprek, de bila’s met Polen en Nieuw Zeeland, en de overige side-events.

De ministeriele bijeenkomst was tevens de arena waarin overeenstemming is vastgelegd in een communiqué, betreffende het mandaat van het IEA voor de komende twee jaar.

Lancering: Coal 2019: Analysis and Forecast 2024

Deze maand lanceerde het IEA hun jaarlijkse analyse en prognoses van de energiemarkt van steenkool.

Steenkool blijft een belangrijke brandstof in de wereldwijde energiesystemen en is verantwoordelijk voor bijna 40% van de elektriciteitsproductie en meer dan 40% van de energie gerelateerde kooldioxide-uitstoot.

Het rapport stelt vast dat de opleving van de wereldwijde vraag naar steenkool zich in 2018 heeft voortgezet, onder invloed van de groei van de steenkoolelektriciteitsproductie, die een historisch hoogtepunt heeft bereikt. Hoewel de steenkoolelektriciteitsproductie in 2019 naar schatting is afgenomen, lijkt dit het gevolg te zijn van bijzondere omstandigheden in sommige specifieke regio's en is het onwaarschijnlijk dat dit het begin is van een blijvende trend.

De komende vijf jaar zal de wereldwijde vraag naar steenkool naar verwachting stabiel blijven, gesteund door de veerkrachtige Chinese markt, die goed is voor de helft van het wereldwijde verbruik.

Echter, anders dat in het rapport 2018, wordt dit jaar benadrukt dat klimaatbeleid een belangrijke rol kan spelen. Een sterker dan verwacht klimaatbeleid gericht op steenkool is waarschijnlijk de belangrijkste factor die de vraag naar steenkool zou kunnen beïnvloeden.

Ook lagere aardgasprijzen zouden onze prognose kunnen veranderen, evenals een tragere economische groei.

Vind het rapport hier.

Greening heavy industries – 8e GGSD Forum

Hoe krijgen we zware industrieën versneld van fossiele brandstoffen af, en wat betekenen clean energy en decarbonisation voor de nieuwe geopolitieke verhoudingen? Dit was de thematiek van het 8e Green Growth Sustainable Development Forum dat op 26 en 27 november werd gehouden. Ruim 300 deelnemers uit vnl. 35 OECD-landen namen deel uit zowel bedrijfsleven als overheid. Cruciaal voor succesvolle groene transformaties in deze sectoren zijn 1) het introduceren van een mondiale carbontax, 2) versneld afbouwen van fossiel en 3) het vergroten van het ‘renewables’ aandeel in de energie mix. In verschillende deelsessies werden de volgende thema’s besproken: de fiscale implicaties van de low carbon transitie (wegvallen van nationale belastingopbrengsten), de effecten van circulaire economie op primaire winning van delfstoffen, de aanjagende rol van groene innovaties bij bedrijven, verandering wereldhandelsstromen als gevolg van een 100% circulaire economie en de gevolgen voor lokale gemeenschappen in landen die hun economie niet, of niet snel genoeg, kunnen diversifiëren. Hoewel de ‘silver bullet’ niet bestaat en elk land voor eigen uitdagingen staat werd door meeste aanwezigen de bijeenkomst gewaardeerd vanwege de transparante uitwisseling van de nieuwste studies (OECD, UNEP/IRP en IEA) en de praktijkvoorbeelden waarmee verschillende landen lieten zien hoe de stapsgewijze vergroening in deze lastige sectoren met succes vorm te geven. Rijkswaterstaat hield een presentatie over hoe in NL het ‘groene aanbestedingsbeleid’ bij het onderhoud en aanleg van infrastructuur wordt uitgevoerd. Een praktijk waarvoor in het buitenland veel belangstelling bestaat.

Het thema van het komende Green Growth Forum (november 2020) is Securing natural capital. De focus zal liggen hoe de welhaast vicieuze cirkel van teruggang biodiversiteit, druk op water|bodem|lucht, humane gezondheid en uitputting van grondstoffen doorbroken kan worden. Is dit zowel een publieke als private verantwoordelijkheid en op welke schaal kan deze effectief worden opgepakt?

ONTWIKKELINGSSAMENWERKING

Terwijl Nederland zich achter de oren krabt waarom we op de internationale onderwijsvergelijking PISA achteruit kachelen, is de situatie in ontwikkelingslanden veel dramatischer. Zelfs op de meest basale functionele vaardigheden op het gebeid van lezen en rekenen scoren lagere en middeninkomenslanden extreem slecht. Zambia, scoort bijvoorbeeld maar 2 % van de jeugd zwak voldoende op rekenen. Met ander woorden: slechts 2% van de middelbare school leerlingen van 15 in Zambia kan functioneel rekenen op het meest basale niveau. Latijns Amerikaans landen scoren overigens ook vaak zeer pover. Iets wat veel onderwijsdeskundigen allang wisten: de scholingsgraad neemt toe, maar de kwaliteit van het onderwijs laat ernstig te wensen over. Werk aan de winkel als Afrika haar jeugd wil klaar stomen voor een echte baan.

Misschien op het eerste  gezicht geen super sexy onderwerp, maar de DAC heeft herziene evaluatiecriteria goedgekeurd. Daar is twee jaar hard aan gewerkt in het evaluatie netwerk. De DAC evaluatie criteria gelden als de gouden standaard in de evaluatie gemeenschap, ook buiten ontwikkelingssamenwerking. Dit is mede een gevolg van het feit dat binnen ontwikkelingssamenwerking veel waarde wordt gehecht aan goede impact meting. De nieuwe criteria zijn simpeler, meer gefocust en voorzien van een bondige toelichting. En er is een criterium toegevoegd: coherentie. Dus als je een evaluatie moet aansturen of voorbereiden: pak de nieuwe set erbij.

LANDBOUW

Agrospecial Internationale kennisuitwisseling

Drie keer per jaar brengt het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit een online magazine uit gericht op een speciaal thema. Voor het afgelopen nummer was het thema ‘internationale kennisuitwisseling’, iets waar de OESO als internationaal kennisinstituut vanzelfsprekend een rol in speelt, maar waar ook nog uitdagingen liggen. De landbouwraad bij de PV OESO heeft een kort artikel over de rol van de OESO in internationale kennisuitwisseling op het gebied van landbouw en voedselsystemen geschreven, met bijdragen van Krijn Poppe, onderzoeker bij Wageningen Economic Research en Jonathan Brooks, head of division voedselmarkten en internationale handel. Het artikel is via deze link te bekijken.

Handel en duurzaamheid

De afgelopen tijd is bij de OESO verschillende keren gesproken over de link tussen handel en duurzaamheid. Zeker met het oog op de recente VN klimaattop in Madrid een uiterst relevant thema. Tijdens het Global Forum on Trade bij de OESO eind oktober kwam uitgebreid aan de orde wat de uitdagingen zijn voor beleidsmakers en andere betrokkenen om handelsstromen te verduurzamen. Handel kan aan de ene kant een bijdrage leveren aan een efficiënte omgang met grondstoffen, maar incoherent beleid van handelspartners kan deze effecten weer teniet doen. Vooral in het tegengaan van verstoringen van efficiënte handel ziet de OESO nog veel mogelijkheden voor het verduurzamen van handel. De uitdaging is hoe dit het beste vormgegeven kan worden. Duurzaamheid incorporeren in handel kan worden ervaren als het opwerpen van (onterechte) handelsbarrières.  De link tussen handel en duurzaamheid werd ook gelegd bij de OESO werkgroep over landbouw en handel, waar onder andere het effect van Foreign Direct Investments en Non-Tariff Measures op handel werd besproken. Nieuw Zeeland hield een korte presentatie over hun aanpak van emissie-rechten (ook de landbouw sector is hierin opgenomen)

OVERZICHT EVENEMENTEN

Meer evenementen zie link en ONE.

PUBLICATIES

http://www.oecd.org/about/publishing/

http://www.oecd-ilibrary.org/

Publicaties met betrekking tot Nederland

International Energy Agency – IEA publications

International Transport Forum – ITF publications

Nuclear Energy Agency – NEA publications

VACATURES OESO

The OECD is recruiting:

CONTACTGEGEVENS

Guido Biessen
Permanent Vertegenwoordiger OESO
Robert-Jan Scheer, Plv. Permanent Vertegenwoordiger OESO
Uitvoerend Comité OESO, Energie, Duurzame Ontwikkeling, Ontwikkelingscluster
Peter Keulers, Economische Raad
Algemene economie, Mededinging, Innovatie, Handel, Investeringen, Multinationale Ondernemingen (MNO’s), Ondernemerschap, MKB, Digitale Economie, Financiële Markten, Fiscale aangelegenheden, Corporate Governance, Public Governance, Corruptiebestrijding

Jan Gerrit Deelen, Landbouwraad

Landbouw & Voedsel, Visserij, Milieu & Klimaat, Circulariteit grondstoffen, Regionaal beleid

Zainab Akariou, tweede secretaris
OESO Comité Externe Betrekkingen, Onderwijs, Begroting, Toetreding, Health
Freerk Boedeltje, Beleidsmedewerker
Sociale Zaken, Werkgelegenheid, IMVO, Migratie/Integratie, Gezond en Veilig Werken, Skills, Gender

Ilse van Ruler, Managementondersteuner
Simone Hegge, Assistent Plv Ambassadeur, Managementondersteuner

U ontvangt deze nieuwsbrief omdat u in het verleden contact heeft gehad met de PV OESO te Parijs. Als u contact met de PV OESO niet langer op prijs stelt, kunt u dat kenbaar maken door een mailbericht te sturen naar: pao@minbuza.nl. Wij verwijderen dan al uw gegevens uit ons bestand. De privacyverklaring van het Ministerie van Buitenlandse Zaken kunt u hier lezen.