NIEUWSBRIEF PV OESO PARIJS - MAART 2020

VOORWOORD

De OESO en het coronavirus

Een risicoplek. Zo’n 4000 conferenties per jaar. Met zo’n 140.000 bezoekers per jaar, uit alle hoeken en gaten van de wereld, is de OESO zelve een plek waar het coronavirus zich potentieel gemakkelijk verspreidt. De OESO als organisatie heeft dan ook onmiddellijk passende maatregelen genomen. Missies zijn opgeschort. Bijeenkomsten worden afgelast. Een conferentie als de EURASIA week is uitgesteld. Stafleden die de afgelopen weken in risicogebieden als China, en Noord-Italië zijn geweest wordt verzocht twee weken de gebouwen niet te betreden. Maatregelen die een beroep doen op de welwillendheid van bezoekers, maar die nauwelijks handhaafbaar zijn. Medewerkers worden gevraagd hun laptop mee naar huis te nemen om bij ziekteverschijnselen thuis te kunnen werken. En overal zijn er ontsmettingsmiddelen te vinden om je handen te ontsmetten. Handen geven wordt vervangen door de elleboog.

Vooralsnog is het bezoek uit Nederland niet minder geworden. De afgelopen twee maanden mochten we ons verheugen in de komst van liefst vier Kamercommissies. Minister Koolmees kwam zijn licht opsteken over de Nederlandse arbeidsmarkt in internationaal perspectief. De Leidse Studentenvereniging Telders kwam een ochtendje langs. En vele Haagse beleidsmedewerkers vonden hun weg naar werkgroepen en bijeenkomsten om te overleggen en best practices uit te wisselen over de vele onderwerpen die hier de revue passeren. Zelfs de DG RIVM vond nog tijd om te gast te zijn bij de OESO om de voorzittershamer van een van de Comités over te nemen. Toch worden inmiddels steeds meer bijeenkomsten afgelast. Op het moment van schrijven worden inmiddels ongeveer 65% van de vergaderingen afgelast. Alleen de voor de Organisatie cruciale vergaderingen gaan nog door. Het Spaans voorzitterschap van de komende Ministeriële bijeenkomst vreest al stilletjes voor het nog doorgaan van de belangrijkste bijeenkomst van het jaar.

Inmiddels gaat ander werk wel gewoon door. De op 2 maart gelanceerde Interim Economic Assessment heeft als titel “Coronavirus, the world economy at risk”. De OESO noteerde dat de globale economie dit jaar naar verwachting met 2,4% zal groeien, een daling van 0,5% t.o.v. de ramingen in november jl.. De groeiraming voor China is met bijna 1% naar beneden bijgesteld naar 4,9%. De verwachte groei in de eurozone valt terug naar 0,8%.  Evenwel, de onzekerheid is groot. De OESO presenteert ook een negatiever “domino” scenario waarbij de epidemie langer duurt en wijder verspreid is. De groei van de wereldeconomie zou in dat geval kunnen dalen naar een magere 1,5%.

Het blijft koffiedik kijken, vrees ik. Bij een conferentie van de OESO over System Analysis werd gewag gemaakt van het feit dat we te maken hebben met een dubbele besmetting, die van het virus zelf, en die van de angst voor het virus. Virologen kunnen de effecten van de besmetting amper inschatten. Economen hebben toch al niet de beste track record op het gebied van voorspellen van een recessie. Tja, wat zijn de onmiddellijke effecten van het opschorten van productie in China, en van de aanbodschok die hiermee gepaard gaat? En wat zijn de effecten van angst en mogelijke paniekreacties als het virus zich in snel tempo gaat verspreiden? Daarmee is het onzekerheid troef. De beleidsaanbevelingen veranderen evenwel niet: automatische budgettaire stabilisatie en accommoderend monetair beleid blijven het recept. Mochten de neerwaartse risico’s bewaarheid worden, dan is krachtiger, internationaal-gecoördineerd beleid vereist, aldus de OESO. Nu maar hopen dat het domino scenario van de OESO in een wereld van toenemende onzekerheid geen self-fulfilling prophecy zal blijken.

Guido Biessen, Permanent Vertegenwoordiger bij de OESO 

THEMA ACTUALITEITEN

ECONOMIE

Bezoek Kamercommissies voor Europese Zaken en Financiën

Een delegatie van de vaste Kamercommissies van Europese Zaken en Financiën bracht op 10 januari jl. een bezoek aan de OESO in Parijs. Na een inleiding door Guido Biessen verzorgde de plaatsvervangend SG Ulrik Vestergaard Knudsen een presentatie over het werk van de OESO. Daarna was het de beurt aan Pascal Saint-Amans, de directeur van het Centre for Tax Policy, om de kamerleden op de hoogte te brengen van de laatste stand van zaken in de lopende onderhandelingen over een nieuw internationaal belastingstelsel. Het bezoek aan de OESO werd afgesloten met een lunch, waarbij de directeuren Luiz de Mello en Greg Medcraft de kamerleden informeerden over de recente economische ontwikkelingen en de stand van zaken op de financiële markten. Al met al een geslaagd bezoek, dat aanleiding gaf tot geanimeerde gesprekken en de kennis van de Haagse politiek over het werk van de OESO vergroot heeft.

Onderhandelingen over nieuw belastingstelsel

De lopende onderhandelingen om te komen tot een nieuw internationaal stelsel voor belastingheffing in een digitaliserende economie zijn zo langzamerhand in een cruciale fase beland. Tijdens de bijeenkomst van het zogenaamde Inclusive Framework op 29 en 30 januari in Parijs hebben alle partijen zich wederom gecommitteerd aan het bereiken van een multilateraal akkoord voor het einde van het jaar.

Eerder dreigden de onderhandelingen te ontsporen toen US Treasury Secretary Mnuchin liet weten dat deelname aan het nieuwe stelsel op vrijwillige basis zou moeten plaatsvinden (het zgn safe harbour regime). Ook dreigden de VS met sancties tegen landen die unilateraal een digitax invoeren. Tijdens de recente IF-bijeenkomst is afgesproken om vastberaden verder te werken aan een akkoord en in een later stadium terug te komen op de netelige kwestie van het safe harbour regime. Het streven is erop gericht om tijdens de volgende bijeenkomst van het Inclusive Framework op 1-2 juli in Berlijn tot een principe-akkoord te komen, dat vervolgens door de G-20 bekrachtigd zal moeten worden.

Er is geen plan-B, zo liet OESO-directeur Saint-Amans nog eens weten. Het mislukken van de onderhandelingen zou ertoe leiden dat steeds meer landen unilateraal een digitax invoeren, met waarschijnlijk ernstige handelsspanningen en sancties tot gevolg. OESO-berekeningen maken duidelijk dat een multilateraal akkoord tot een jaarlijkse globale stijging van inkomsten uit vennootschapsbelasting van 4%, oftewel zo’n 100 miljard dollar per jaar, zou kunnen leiden. Het effect op de belastinggrondslag en -inkomsten van individuele landen kan echter drastisch verschillen.

Network for Open Economies and Inclusive Societies

Op 24 januari vond een lunch-bijeenkomst van het Network for Open Economies and Inclusive Societies (NOEIS) plaats, gezamenlijk georganiseerd door de Nederlandse en Oostenrijkse PV. Gastspreker was OESO-directeur Stefano Scarpetta, die een inleiding gaf over de “squeezed middle class”, de titel van een gelijknamig OESO-rapport uit 2019. De middenklasse ervaart de sociaal-economische ontwikkelingen als oneerlijk. De lonen zijn de laatste jaren nauwelijks gestegen, terwijl de kosten van levensonderhoud almaar stijgen (m.n. voor wonen en gezondheidszorg), de baanzekerheid is afgenomen en de toekomst van de kinderen onzeker is.

De toegenomen inkomensongelijkheid, die in veel landen al sinds de jaren 80 aan de gang is, heeft niet geleid tot meer sociale mobiliteit, integendeel, aldus Scarpetta. In NL duurt het gemiddeld vijf generaties om vanuit de lagere klasse op te klimmen naar de middenklasse (“the broken social elevator”), in de meeste andere landen nog langer. Voor de jongere generaties blijkt het steeds moeilijker om op te klimmen.

Het antwoord van de politiek zou volgens directeur Scarpetta uit drie onderdelen moeten bestaan. Het aanpakken van de oneerlijkheid (tackling unfairness), van het hoge levensonderhoud (tackling expensiveness) en van de kwetsbaarheid (tackling vulnerability). De oneerlijkheid kan worden bestreden door het belastingsysteem progressiever te maken, de belastingdruk voor de middenklasse te verlagen en de kwaliteit van publieke diensten te verhogen. Bij het verlagen van de kosten van levensonderhoud gaat het o.a. om meer aanbod van (goedkope) woningen, goedkopere kinderzorg, studieleningen en goedkopere gezondheidszorg. Bij het bestrijden van de kwetsbaarheid moet gedacht worden aan bijv. het stimuleren van beroepsopleidingen, life long learning (ook voor de laaggeschoolden) en collectieve loononderhandelingen.

Tijdens de bijeenkomst werd ook gesproken over de planning van toekomstige activiteiten van het door Nederland geïnitieerde NOEIS-netwerk. Afgesproken werd dat het netwerk door zal gaan met het organiseren van soortgelijke, inhoudelijke bijeenkomsten met gastsprekers en dat de kernboodschap van het NOEIS-netwerk meegenomen zal worden in de komende Ministeriele bijeenkomst en de discussie over een nieuw ‘vision statement’ van de OESO.

OESO Rapport ‘Under pressure, The squeezed middle class’

Horizontal project on housing

Om op een meer gestructureerde wijze aandacht te besteden aan de problematiek van de woningmarkt – door de Economist onlangs omschreven als “the West’s biggest economic policy mistake” - is de OESO in 2018 gestart met een ‘horizontaal’ project, waarbij dit onderwerp vanuit verschillende invalshoeken en met medewerking van vele betrokkenen (overheden, bedrijfsleven, academische wereld, onderzoeksinstituten) wordt bestudeerd. Woningmarkt en economie zijn nauw met elkaar verweven; gaat het mis met de één dan heeft dit vaak grote gevolgen voor de ander. In Nederland weten wij daar alles van. Vrijwel alle OESO-landen kampen met problemen op de woningmarkt. Vaak gaat het daarbij om de forse stijging van huizenprijzen en het tekort aan betaalbare woningen, met name in steden. De problematiek verschilt echter per land. Het is dan ook zaak te zoeken naar landen-specifieke oplossingen. Nederland vervult een voortrekkersrol in dit project. Guido Biessen is voorzitter van de Friends of Housing Group, een informele groep ambassadeurs, die waakt over het horizontale karakter van het werk.

Het werk van de OESO heeft tot nu toe geresulteerd in een reeks bijeenkomsten, workshops en deelrapporten. Bedoeling is om de verworven kennis en inzichten later dit jaar samen te brengen in een ‘syntheserapport’, met niet alleen een grondige analyse van de problematiek, maar ook een ‘toolbox’ van concrete beleidsmaatregelen en specifieke landenfiches.

ONTWIKKELINGSSAMENWERKING

Bezoek van Algemene Kamercommissie Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking

Van 6 tot en met 8 februari bracht de Algemene Kamercommissie Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (BuHa-OS) een bezoek aan Parijs (bilateraal en OESO). Aanleiding van het bezoek was de Nederlandse evaluatie van de IMVO-convenanten. De delegatie hoopte in Parijs antwoord te vinden op de vraag of in NL de Convenantenaanpak genoeg is, of dat er opgeschoven moet worden naar een minder vrijwillige aanpak, door middel van wetgeving. De delegatie sprak onder andere met de MVO-unit van de OESO, maar ook met DAC-voorzitter Susanna Moorehead over normen voor de besteding van hulp en de rol van bedrijven in ontwikkelingssamenwerking.

SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

OECD High Level Forum and Ministerial on the Future of Migration, 16-17 Januari

De OECD High Level Forum and Ministerial on the Future of Migration werd geopend door SG Gurria die een somber beeld schetste. Namens Nederland woonde Mark Roscam Abbing, directeur Integratie bij het Ministerie van Sociale zaken en Werkgelegenheid, de conferentie bij. Migratie blijft een van de grote uitdagingen voor de 21e eeuw. Waar OECD-landen enerzijds hoogopgeleide migranten nodig hebben om competitief te blijven, neemt anderzijds het aantal vluchtelingen uit conflict landen toe. De aanwezige UNHCR assistant high commissioner benadrukte dat het aantal vluchtelingen, vooral ook vrouwen en kinderen, alleen maar stijgt, maar dat tegelijkertijd het aantal vluchtelingen dat door westerse landen wordt opgenomen daalt.

In het licht van integratie van vluchtelingen werd door veel landen gepleit voor een sterkere coördinatie tussen nationale en lokale overheden. Op lokaal niveau zijn de mogelijkheden voor succesvolle integratie groter, waar taalbeheersing en het vinden van werk en woonruimte samenkomen.

Bezoek van Wouter Koolmees, Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Minister Koolmees was op 17 Februari op bezoek bij de OESO, vergezeld door DG Werk Gert-Jan Buitendijk, Directeur Internationale Zaken Roel Gans, politiek assistent Marita van Gessel en woordvoerder Coen Gelinck. Minister Koolmees sprak onder andere Secretaris-Generaal van de OESO Gurria en Stefano Scarpetta, Director Employment, Labour and Social Affairs (ELS). De Nederlandse arbeidsmarkt werd bezien vanuit internationaal perspectief. Er werd gesproken over onderwerpen als toekomst van werk, leven lang leren, (on)gelijkheid op de arbeidsmarkt, de G20 en de rol van de OESO.

De OESO constateert dat Nederland qua arbeidsmarkt behoort tot de koplopers binnen de OESO, vooral daar waar het gaat om hoeveelheid banen en kwaliteit van banen. De werkgelegenheid is hoog, de werkloosheid laag, de gemiddelde inkomens zijn hoog en de armoede onder de werkende bevolking is verhoudingsgewijs laag. Toch zijn er majeure aandachtspunten. Naar aanleiding van een presentatie door Stijn Broecke, senior Economist ELS, werd gesproken over de opkomst van flexwerk in het vizier, “non-standard work”. Flexwerk kent vele verschijningsvormen, zoals uitzendwerk, tijdelijke contracten, 0-urencontracten, zelfstandigen zonder personeel. Zowel qua groei en omvang van flexwerk is Nederland een koploper, of liever gezegd, lopen we uit de pas. Bijna één op de vijf werkenden heeft in Nederland een flexcontract, vergeleken met één op de acht, twintig jaar geleden. Het OESO gemiddelde is minder dan één op de tien. Het is aannemelijk dat technologische veranderingen en globalisering hierbij een rol spelen, maar dat geldt ook voor andere landen. Kortom, de opmerkelijke groei in Nederland moet ook man-made zijn en kan te maken hebben met het gevoerde beleid. Een presentatie van Stefan Thewissen, Economist ELS inspireerde tot een discussie over deeltijdwerk, en de inkomenskloof tussen vrouwen en mannen, voornamelijk te verklaren uit het hoge aandeel van vrouwen in deeltijdarbeid.  

LANDBOUW

Landbouw en belastingen – bestaat er een level playing field?

Landbouwbeleid kan niet zonder subsidies en niet zonder belastingmaatregelen. Althans dat is wereldwijd sinds decennia de praktijk. In de jaarlijkse OESO-publicatie (Agricultural Policy Monitoring and Evaluation) wordt beschreven hoe en in welke omvang de landbouwsector wordt ondersteund. Daarbij wordt per land bijgehouden hoe de ‘steun’ aan de landbouwsector zich ontwikkeld. Er wordt zowel gekeken naar de omvang van het landbouwbudget als de mate waarin hiermee de ‘ marktwerking’ wordt beïnvloed (verstoord). Ondersteuning van de marktprijs of invoerbescherming werken verstorend op de markt, innovatiesubsidies daarentegen niet (of nauwelijks). In politieke onderhandelingen gaat het vaak over de geldstromen die naar de landbouw vloeien. De (veelal gunstige) sectorspecifieke belastingmaatregelen springen minder in het oog, en zijn daarom veel minder aan veranderingen onderhevig geweest. In een recente studie heeft de OESO de landbouwbelastingregimes van 35 (OESO)landen geïnventariseerd. De studie is aangevuld met een analyse van wetenschappelijke literatuur over effectiviteit ervan. Centraal staat dat belastingen hun weerslag hebben op boereninkomen, en ook veelal een stimulans zijn tot innovatie en expansie. Anderzijds kunnen belastingvrijstellingen voor niet goed renderende bedrijven een rem vormen op noodzakelijke herstructurering van de sector. De inzet van belastingen voor het bereiken klimaat- en milieudoelen (targetting) effectief kan zijn mits goed gefocust. In 35 bijlages met de belastingmaatregelen per land maken het overzicht compleet.  (publicatiedatum 10/2/2020)

http://www.oecd.org/publications/taxation-in-agriculture-073bdf99-en.htm

KLIMAAT

Environmental performance reviews – discussie over een nieuwe aanpak

Meer dan 30 jaar maakt het OESO-secretariaat zogeheten environmental performance reviews (EPR). In deze studies wordt een land doorgelicht op het thema environment. Niet ongebruikelijk os dat de gereviewde landen deze analyses gebruiken om hun nationale politiek te herijken. De EPRs voldoen daarmee in een behoefte. De laatste EPR van Nederland is afgerond in 2015  ( https://www.oecd.org/netherlands/oecd-environmental-performance-reviews-the-netherlands-2015-9789264240056-en.htm ). Toch is er aanleiding om de aanpak te herzien. Mede door de uitbreiding van de OESO komt iedereen slechts eens per 12 jaar aan de beurt.  In de EPR-Working Party (eind februari) is gesproken over een andere aanpak. Een groot aantal landen vindt de huidige aanpak prima. De studies zijn diepgaand en stimuleren tot een herprioritering van nationaal beleid. Anderen, waaronder Nederland, vinden een cyclus van eens per 12 jaar ongewenst, en bepleiten een meer themagerichte (nexus) aanpak en zo mogelijk voor een groep van landen. Voorbeelden van een nexus zijn bijvoorbeeld ‘lucht-transport-gezondheid’, water-voedsel-energie-ecosystems’ of ‘toerisme-water-verspilling-infrastructuur’. De nexus-aanpak biedt de mogelijkheid om inclusief resp. sectoroverschrijdend te werk te gaan (effect milieu op werkgelegenheid – gezondheid vice versa).

ONDERWIJS

Bezoek van Marcelis Boereboom, DG Hoger Onderwijs, Beroepsonderwijs, Wetenschap en Emancipatie bij OCW

Op 20 februari bracht DG HBWE, Marcelis Boereboom, een bezoek aan Parijs. Hij sprak met zijn Franse counterpart, maar sprak ook op de OESO met o.a. Duncan Cass-Beggs, counsellor voor Strategic Foresight, en met Stefano Scarpetta, directeur van ELS (Employment, Labour and Social Affairs). Centraal tijdens gesprekken stond de rol van bijvoorbeeld scenariodenken in het anticiperen van (mondiale) trends, maar ook de inzet om een talentstrategie te ontwikkelen, de zogenaamde skills gap tegen te gaan en de arbeidsparticipatie van vrouwen in de context van een veranderende arbeidsmarkt.

OVERZICHT EVENEMENTEN

Meer evenementen zie link en ONE.

PUBLICATIES

http://www.oecd.org/about/publishing/

http://www.oecd-ilibrary.org/

Publicaties met betrekking tot Nederland

International Energy Agency – IEA publications

International Transport Forum – ITF publications

Nuclear Energy Agency – NEA publications

 VACATURES OESO

The OECD is recruiting:

CONTACTGEGEVENS

Guido Biessen
Permanent Vertegenwoordiger OESO
Robert-Jan Scheer, Plv. Permanent Vertegenwoordiger OESO
Uitvoerend Comité OESO, Energie, Duurzame Ontwikkeling, Ontwikkelingscluster
Peter Keulers, Economische Raad
Algemene economie, Mededinging, Innovatie, Handel, Investeringen, Multinationale Ondernemingen (MNO’s), Ondernemerschap, MKB, Digitale Economie, Financiële Markten, Fiscale aangelegenheden, Corporate Governance, Public Governance, Corruptiebestrijding

Jan Gerrit Deelen, Landbouwraad

Landbouw & Voedsel, Visserij, Milieu & Klimaat, Circulariteit grondstoffen, Regionaal beleid

Zainab Akariou, tweede secretaris
OESO Comité Externe Betrekkingen, Onderwijs, Begroting, Toetreding, Health
Freerk Boedeltje, Senior Beleidsmedewerker
Sociale Zaken, Werkgelegenheid, IMVO, Migratie/Integratie, Gezond en Veilig Werken, Skills, Gender

Ilse van Ruler, Assistent Ambassadeur, Managementondersteuner
Simone Hegge, Assistent Plv. Ambassadeur, Managementondersteuner

U ontvangt deze nieuwsbrief omdat u in het verleden contact heeft gehad met de PV OESO te Parijs. Als u contact met de PV OESO niet langer op prijs stelt, kunt u dat kenbaar maken door een mailbericht te sturen naar: pao@minbuza.nl. Wij verwijderen dan al uw gegevens uit ons bestand. De privacyverklaring van het Ministerie van Buitenlandse Zaken kunt u hier lezen.