NIEUWSBRIEF PV OESO PARIJS - MEI 2020

VOORWOORD  

Bij de OESO bestaat het “Network of Open Economies and Inclusive Societies”. Een netwerk dat zich hard maakt voor multilateralisme, voor open economieën, voor vrij verkeer van handel, goederen en diensten, investeringen, mensen, ideeën, maar ook voor een inclusieve samenleving. Dit netwerk wordt geleid door kampioen openheid Nederland en is opgericht door voormalig minister Ploumen. Tja, het ligt natuurlijk even lastig, die discussie in Nederland over CETA. Een handelsakkoord met een van de meest gelijkgestemde landen als Canada ter discussie stellen werd wel gepercipieerd als een vlekje op ons blazoen van voorstander van vrije handel, multilateralisme en tegenstander van protectionisme.

De tegengeluiden bij globalisering zwellen evenwel aan. Niet iedereen is meer zo overtuigd van de voordelen van globalisering. Hoe zit het met de verdeling van die voordelen? Hoe zit het met milieu? Wat is eigenlijk het strategische risico? En, Covid-19 doet een extra duit in het zakje, hoe weerbaar zijn die mondiale ketens eigenlijk?

Waar we allemaal geloof hebben in het theorema van Ricardo, dat zowel bij absolute als relatieve comparatieve kostenverschillen, landen winnen bij specialisatie, komt er steeds meer discussie over de verdeling van die winsten. De Amerikaanse president stelde de verdeling van die winsten tussen landen ter discussie. De VS hadden in zijn optiek slechte handelsdeals gesloten, waarbij de VS aan het korte einde trok. Met America first, protectionisme en handelsconflicten als weinig aanlokkelijke uitkomst. Ook de verdeling van de voordelen binnen landen leidt tot discussie. In bijna alle OESO-landen neemt de inkomens- en vermogensongelijkheid steeds meer toe, voer voor anti-globalisten.

Dan is er het steekhoudende argument vanuit standaarden. Moeten we onze eigen hoge Europese standaarden niet beter beschermen, en goederen uit die landen waar normen, of het nu arbeidsnormen, dierenwelzijnsnormen, voedselkwaliteitsnormen of milieunormen zijn, niet weren, of tenminste met hogere tarieven het gelijke speelveld garanderen? De discussie over het afbouwen van CO2-uitstoot binnen Europa heeft dit argument nieuw kracht bijgezet. Waar Europa streeft naar een CO2 neutrale economie in 2050, kan het niet zo zijn dat dat activiteit simpelweg verplaatst wordt naar plekken waar we vrolijk verder gaan met CO2-uitstoot. Carbon Leackage is geen sprookje. En bovendien, wat is eigenlijk de milieudruk van al die internationale bewegingen, en is dat eigenlijk wel adequaat ingeprijsd?

Toenemende discussie vindt ook plaats over export van strategische goederen, en overnames van bedrijven door buitenlandse partijen. De overname van robotfabrikant KUKA was in Duitsland een eyeopener en heeft de discussie op scherp gezet. Ook in Nederland wikken en wegen we over de export van de ASML-chipmachines naar China: wat is het strategische gevolg van het exporteren van dergelijke hoogwaardige technologie naar een land dat andere economische normen hanteert, en streeft naar dominantie in strategische sectoren.

En dan voegt de Covid19-crisis het argument van resilience toe: zijn onze economieën wel weerbaar genoeg, bij deze verregaande vorm van globalisering? Zijn we niet te kwetsbaar geworden wanneer een schakel in de keten hapert? Bedrijven heroverwegen hun just in time productiesystemen. Het reduceren van voorraden tot 0 is kosteneffectief, vergroot flexibiliteit naar andere toeleveranciers, maar impliceert ook grote kwetsbaarheid. De gezondheidscrisis heeft die discussie verder doen oplaaien. Hoe kan het toch zijn dat we een tekort hebben aan mondkapjes, aan beademingsapparatuur?

Bij dit laatste moet bedacht worden dat de lockdown in landen weinig te maken had met mondkapjes en global value chains. De lockdown werd in alle landen geïnitieerd om overbezetting op Intensive Cares te voorkomen, flattening the curve was het devies. De IC’s hebben echter een bijzonder korte global value chain. Zo bezien is de gezondheidscrisis een weinig steekhoudend argument voor oplaaiend protectionisme. Bovendien, weerbaarheid kan ook vergroot worden door het aanleggen van strategische voorraden, iets dat we na de oliecrises van de jaren ‘70 ook bedacht hadden. Weerbaarheid kan ook vergroot worden door diversificatie van toeleveranciers, en ja, uiteindelijk ook door het terughalen van productie. Dat laatste zou dan toch echt alleen voor essentiële goederen moeten gebeuren, er hangt immers een prijskaartje aan alles zelf te willen produceren. Voor kleinere Europese landen is dat een onmogelijkheid, en grotere zelfvoorziening vereist ook nog intensievere Europese samenwerking.

Inmiddels staat de groei van de wereldhandel diep in de min. De schattingen vanuit de OESO lopen uiteen van -13% tot -32% dit jaar in het meest zwartgallige scenario. Zwartgallig ja, want de voordelen van internationale specialisatie en internationale verwevenheid blijven groot. Natuurlijk moeten we de negatieve effecten van globalisering goed in beeld hebben, uitwassen bestrijden en milieueffecten inprijzen. Maar we moeten waken voor het misbruiken van steekhoudende argumenten door nationalistische, populistische of protectionistische sentimenten.

Vooralsnog blijf ik het gedachtegoed van het Netwerk of Open and Inclusive Societies uitdragen.

Guido Biessen, Permanent Vertegenwoordiger bij de OESO 

THEMA ACTUALITEITEN

OESO en COVID

Ook bij de OESO in Parijs staat sinds enige maanden alles in het teken van de COVID-crisis. Het Chateau de la Muette en het OESO-conferentiecentrum liggen er nog steeds verlaten bij, maar de medewerkers van de OESO en de PV’s zijn druk in de weer. De organisatie heeft tijdens de crisis zelfs een nieuwe lidstaat officieel in zijn rangen opgenomen: Colombia. En een ander land is officieel uitgenodigd om toe treden: Costa Rica.

De OESO gaat natuurlijk niet over de eerste hulp in de gezondheidscrisis, maar speelt wel een belangrijke rol in de tweede fase: bij het in kaart brengen van de in OESO-landen getroffen maatregelen en de uitdagingen die ons te wachten staan, met grondige economische analyse, betrouwbare data en gerichte beleidsadviezen. De OESO is sterk geëquipeerd om die rol te vervullen door zijn brede kennis en expertise en is bij uitstek een forum waar landen van elkaar kunnen leren en ervaringen kunnen delen.  Zoheeft het OESO-secretariaat o.a. een online hub opgezet (http://www.oecd.org/coronavirus/en/) waar inmiddels vele tientallen, handzame policy briefs zijn verschenen over uiteenlopende onderwerpen. Ondanks de lockdown hebben de afgelopen maanden honderden virtuele OESO-bijeenkomsten plaatsgevonden, waarbij beleidsmakers uit OESO-landen kennis en ervaringen konden delen.
De jaarlijkse Ministeriële OESO-bijeenkomst, die voor eind mei gepland stond, is uitgesteld tot oktober. Die bijeenkomst zal in het teken staan van de “Economic Recovery: Strong, Resilient, Green and Inclusive”. Deze ministeriële bijeenkomst zal worden voorbereid in twee (virtuele) rondetafelbijeenkomsten, op 10 juni en 8 juli.

ONTWIKKELINGSSAMENWERKING

Ontwikkelingssamenwerking, COVID en schuldverlichting

De rol van de OESO en dus ook van de DAC is met name analytisch, normstellend (via richtlijnen) en reflecterend. In deze hectische tijden waarin veel overheden hun handen vol hebben aan het reageren op de crises, probeert het OESO-secretariaat de leden zo min mogelijk te belasten en zich dienstbaar op te stellen. Bijvoorbeeld door het beschikbaar stellen van informatie over hoe de verschillende leden de COVID respons aanpakken. Zich baserende op bestaande statistieken en korte enquêtes.

De eerste cijfers geven aan dat de DAC leden, naast de 6 miljard US$ die al naar de grote fondsen GAVI en Global Fund gaan, circa 5 miljard bilateraal ter beschikking stellen. Daarnaast hebben de EU-instellingen ruim 17 miljard gereserveerd voor een hulppakket dat voor een aanzienlijk deel naar ontwikkelingslanden zal gaan. Het gaat hier overigens lang niet altijd om extra geld, maar om het realloceren van middelen.

Er is een voorkeur voor multilaterale kanalen, maar ook maatschappelijke organisaties krijgen meer steun, waarbij sommige landen de eisen aan organisaties wat versoepelen. Steun aan gezondheidssystemen, humanitaire hulp en voedselzekerheid voeren de boventoon. Binnen zeer korte termijn komt de OESO met een vollediger overzicht van de bevindingen.

Het onderwerp dat met hoge prioriteit op de DAC agenda staat is schuldverlichting. In juni zou de DAC tot een nieuwe afspraak over de ODA toerekening van schuldverlichting komen, maar door de crisis is het proces wat vertraagd. Terwijl de noodzaak om tot een oplossing te komen des te groter is. De economische gevolgen van de pandemie zullen vrijwel zeker aanzienlijk zijn, en de schuldenpositie van veel landen sterk zal verslechteren.

Het probleem rond de ODA toerekening van schuldverlichting is een onvoorzien bijeffect van de manier waarop concessionele leningen sinds 2018 worden geadministreerd als ODA. In dit nieuwe systeem, wordt bij het uitgeven van een lening afhankelijk van de inkomenscategorie van het land een vaste ODA premie geïnd. Dit ter compensatie van het additionele risico. Terugbetalingen komen daarna niet meer in het ODA plaatje voor. In het oude zogenaamde flow systeem, wordt de lening bij uitgifte voor 100 % als ODA bijgeteld maar worden terugbetalingen afgetrokken van de ODA. Herstructurering resulteert in minder terugbetalingen en in een positieve (min * min) ODA prestatie.

De landen die veel leningen inzetten in hun ontwikkelingsbeleid maken zich vanuit de club van Parijs hard voor een additionele ODA toekenning bij schuldverlichting. Anderen, waaronder Nederland, zijn terughoudend omdat o.a. door dubbeltelling de zuiverheid van de ODA definitie in het geding zou kunnen komen. De DAC zal op vrij korte termijn tot consensus moeten komen. Op een onderwerp dat zowel uitermate technisch als maatschappelijk gevoelig is.
 

ECONOMIE

Economic Outlook

De op 2 maart jl. gepubliceerde interim Economic Outlook bleek al gauw achterhaald, toen de crisis zich verder uitdijde. De meest recente OESO-cijfers laten zien dat de economische schok qua omvang aanzienlijk groter is dan die van de financiële crisis van 2008-2009 en eerder te vergelijken is met crisis van de jaren 30.

Op 10 juni a.s. zal de OESO de nieuwe Economic Outlook presenteren. Gelet op de grote onzekerheid wordt daarin gekozen voor twee scenario’s, een ‘single hit’ en een ‘double hit’ scenario, waarin rekening wordt gehouden met een tweede golf van de pandemie. In beide gevallen zal sprake zijn een forse krimp (variërend van -7,8 tot 9,7% voor de OESO als geheel in 2020), snel oplopende werkloosheid (verdubbeld tot 12% medio dit jaar) en torenhoge overheidstekorten en schulden. Uiteraard zijn er verschillen tussen landen afhankelijk van de ernst en het verloop van de gezondheidscrisis, de aard van de lockdown, het ondersteunende beleid en de structuur van de economie. De economische schok in Italië (met een ernstige gezondheidscrisis en een grote toeristische sector) is aanzienlijk groter dan in Finland of Zuid-Korea. De krimp in de eurozone zal dit jaar naar verwachting groter zijn dan in rest van de OESO, omdat de lockdown veelal strikter was en het onderliggend groeimomentum in Europa zwakker was.

De OESO schetst een nogal somber beeld. Het economisch herstel zal de nodige tijd gaan vergen. Het aantal faillissementen zal in de meeste OESO-landen fors toenemen en de werkloosheid snel oplopen. Consumenten en investeerders zullen, gelet op de grote onzekerheid, meer dan voorheen voorzichtig opereren en risico’s gaan mijden. Tegelijkertijd stijgen begrotingstekorten en schulden tot ongekende hoogte en is de internationale handel fors gedaald. Internationale waardeketens zijn verstoord en de roep om reshoring wordt luider. Deze reeds langer bestaande kwetsbaarheden (hoge schulden, handelsspanningen) kunnen de neergang verergeren en het economische herstel vertragen, aldus de OESO.

De OESO constateert dat overheden, anders dan ruim 10 jaar geleden, ditmaal snel en gericht omvangrijke maatregelen hebben getroffen om de crisis in te dammen en de schade aan de economie te beperken. Het ruime monetaire en begrotingsbeleid zal voorlopig vereist zijn om het herstel te stutten. Overheden zullen bovenal flexibel moeten zijn. Nu in veel OESO-landen de lockdown geleidelijk wordt afgeschaald, zullen ook moeilijke keuzes gemaakt moeten worden. Het gaat niet alleen om het ondersteunen van huishoudens en levensvatbare bedrijven, maar ook om de reallocatie van middelen tussen sectoren. De steunmaatregelen zullen geleidelijk weer moeten worden afgebouwd, ook om begrotingen niet nog verder uit de hand te laten lopen.

Onderhandelingen over een nieuw internationaal belastingstelsel

De COVID 19 crisis heeft ook een effect op de lopende onderhandelingen over een nieuw internationaal belastingstelsel. De roep om een adequate belastingheffing van de grote digitale bedrijven is alleen maar luider geworden, nu de meeste OESO-landen door de omvangrijke steunmaatregelen geconfronteerd worden met fors stijgende begrotingstekorten en de grote techbedrijven als één van de weinige ongeschonden, of zelfs versterkt uit de crisis lijken te komen. Belastingontwijking door deze bedrijven wordt nog minder dan voorheen geaccepteerd.

Veel landen zijn dan ook van oordeel dat de onderhandelingen zich meer specifiek zouden moeten richten op de digitale bedrijven. Cruciaal zal de opstelling van de VS zijn, dat zich altijd juist sterk heeft gemaakt voor een bredere aanpak waarbij ook de “niet-digitale” bedrijven worden meegenomen. Binnen het Amerikaanse bedrijfsleven lijkt echter steun te bestaan voor een meer gerichte aanpak, ook van de grote techbedrijven zelf, die unilaterale belastingmaatregelen van individuele landen vrezen.

De onderhandelingen gaan ondanks de crisis onverminderd voort, al is de voor juli geplande bijeenkomst van het Inclusive Framework uitgesteld tot oktober. Het streven is nog steeds gericht op een algeheel akkoord voor het einde van het jaar, waarna de technische uitwerking in 2021 zal plaatsvinden.

NAEC – New Approaches to Economic Challenges

Om haar te voorzien van ideeën en dialoog te bevorderen, heeft de New Approaches to Economic Challenges divisie van de OESO de afgelopen maand meerdere lezingen en discussies georganiseerd met gerenommeerde economen en Nobelprijs winnaars. Onder andere Paul Krugman, Michael Spence, Dani Rodrik en Paul Romer kwamen langs om hun kijk op de huidige crisis te delen. Uit deze lezingen kwamen de volgende punten naar voren:

Michael Spence (Nobelprijs 2001) focuste in zijn lezing op de rol van balansen in de huidige crisis. Hij achtte een V-vormig herstel van de economie onwaarschijnlijk door de schade aan de balansen van individuen en bedrijven. De balansproblemen van bedrijven zullen in eerste instantie naar de balans van de overheid geschoven worden. Deze socialisering van kosten zal het herstel versnellen.

Paul Krugman (Nobelprijs 2008) sprak over de verschillende interventies van overheden in de arbeidsmarkt en wees op het feit dat deze interventies zijn te categoriseren in een Noord-Amerikaanse aanpak en een Europese aanpak. Waar in Noord-Amerika een vergroting van de werkloosheidsuitkeringen de voorkeur krijgt om het inkomensniveau te ondersteunen, wordt er in Europa veelal gekozen voor directe loonsubsidiëring vanuit de overheid. Krugman wees er hierbij op dat de onderliggende assumptie van het Europese beleid is dat dezelfde banen na de crisis zullen terugkomen. Ook waarschuwde hij deze vormen van overheidsingrijpen vooral niet te snel moeten worden afgebouwd, omdat dan een tweede vraagschok in de economie zal optreden en herstel dus vertraagd wordt.

Dani Rodrik (Harvard) wees erop dat alhoewel de ‘Great Lockdown’ de economische argumenten voor globalisering niet heeft aangetast, ‘politieke economie’ overwegingen deglobalisering zullen versnellen. Zonder internationale samenwerking is er een risico dat er fragmentatie van de wereldeconomie optreedt met het risico van opkomend nationalisme.

Mochten deze onderwerpen de interesse opwekken, dan zijn de volledige lezingen terug te vinden op: https://www.oecd.org/naec/

SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Op aanvraag van de SG van SZW heeft de PV samen met de OESO een hoogambtelijke bijeenkomst georganiseerd met een klein aantal gelijkgestemde landen over de implementatie van arbeidsmarktmaatregelen, en de wijze waarop die maatregelen ook weer op een verstandige manier geleidelijk teruggedraaid kunnen worden. De deelnemende landen waren NL, BE, DK, FI, ES, SE.
De COVID-19 gezondheidscrisis lijkt volgens de OESO zijn piek bereikt te hebben (fase 1), nu is de centrale vraag hoe we slim uit “confinement” en tot economisch herstel kunnen komen (fase 2).
In de eerste fase van de crisis hebben alle deelnemende landen soortgelijke maatregelen genomen. Markante punten:
- In België krijgt nu de helft van de beroepsbevolking zijn inkomen/salaris van de staat
- Naast Denemarken gaat nu ook Finland een maatregel introduceren om aan bedrijven een subsidie te geven ter dekking van de vaste bedrijfskosten (huur, kapitaalgoederen etc).
- Denemarken heeft grote problemen gehad bij het daadwerkelijk implementeren van allerlei maatregelen. Het duurde erg lang om van aankondiging van noodmaatregelen naar het daadwerkelijke uitbetaling te komen.
- In Zweden is nooit een lockdown geweest. Wel noodmaatregelen, onder meer door ruimhartige openstelling van het bestaande stelsel voor sociale zekerheid.
Nu alle landen aan het begin staan van de volgende fase van de crisis, is de grote vraag hoe verder te gaan met allerlei noodmaatregelen, hoe zit het met de betaalbaarheid, hoe af te bouwen, welke fasering en welke nieuwe conditionaliteiten zijn noodzakelijk? Hoe te komen tot economisch herstel en hoe te voorkomen dat noodmaatregelen juist herstel vertragen of zelfs in de weg staan.

Op deze vragen heeft eigenlijk nog geen enkele deelnemer een antwoord. Korte termijn denken is nog dominant en het gestructureerd nadenken de langere termijn lijkt in BE, DK, FIN, SP en SW nog te moeten beginnen.

LANDBOUW

Mondiale voedselvoorziening niet onder druk door COVID-19

De mondiale pandemie heeft wereldwijd de gezondheidszorg onder zware druk gezet. Een andere cruciale sector – de voedselvoorziening – bleek voldoende veerkracht te hebben en nauwelijks in de problemen te zijn geweest. Als er al tekorten ontstonden dan bleken ze veelal van tijdelijke aard te zijn en plaatselijk. Hierbij is te denken aan hamstergedrag van consumenten, de sluiting van slachterijen die door hoge besmettingsgevaar van de werknemers, tekort aan (seizoens)arbeid of logistieke problemen door het (tijdelijk) sluiten van grenzen. Enkele landen introduceerden exportrestricties, maar deze hadden nauwelijks een verstorend effect op de wereldmarkt. Globaal gezien is de voedselproductie voldoende en zijn er genoeg voorraden om in de voedselbehoefte te voorzien.

De grootste effecten zijn opgetreden aan de vraagkant. Door de sluiting van eetgelegenheden buitenshuis is de vraag verschoven naar meer basis voedsel, houdbaar en goedkoop. Duurdere marktsegmenten en exportmarkten staan onder druk. Door de samenloop met de lage olieprijs is de vraag naar biobrandstof fors gedaald.

De uitval van vraag heeft de grootste impact op inkomen en voortbestaan sectoren en bedrijven. Hierop is een groot deel van de overheidsinterventies in OESO-landen momenteel op gericht. Onduidelijk is hoe tijdelijk deze tijdelijke maatregelen zijn en welke impact ze hebben op de mondiale handelsrelaties, investeringsniveaus en de positie van ontwikkelingslanden.

Voor meer informatie zie hier: Policy-Brief – COVID-19 and the food and agriculture sector

Financing water challenges in EU member states

De EU-lidstaten hebben (nog) veel te doen om hun wateropgaven op orde te krijgen. Een recente studie (27/5) van de OESO en EU inventariseert de huidige inzet (per thema) en de mogelijkheden om extra inspanningen te doen zie hier de publicatie:  Financing Water Supply, Sanitation and Flood Protection. Om te voldoen aan de ‘Drinking Water and Urban Wastewater Treatment Directives’ is in de meeste EU-lidstaten om een extra inspanning van 25% nodig. Nederland is hierbij een gunstige uitzondering. Hoewel de uitdagingen relatief groot zijn (schoon drinkwater, cleaning afvalwater, flood protection) is de inzet navenant groot. Andere landen laten een ander beeld zien. Ook indien rekening gehouden wordt met de specifieke wateropgave in die landen. Per land wordt een analyse gemaakt van de mogelijkheden om de bestaande publieke en private financiering uit te verhogen. De publicatie is voorzien van een uitgebreide beschrijving per lidstaat.

Webinar COVID-19 en armoede in grote steden

In samenwerking met de Champion Mayors for inclusive Growth is op 14 mei een webinar gehouden over de gevolgen van COVID-19 voor de ‘onderkant’ van de urbane regio’s. Vertegenwoordigers van Ljubljana, Montreal en Rotterdam vertelden over hun inspanningen en uitdagingen. Dit betrof praktische zaken, zoals de hulp aan voedselbanken door mensen die (tijdelijk) zonder werk zaten. Maar ook de spontane samenwerking van de private sector met de gemeentelijke overheid. Wethouder Grauss van de gemeente Rotterdam vertelde over de inzet van gemeente en banken om thuis leren door kinderen mogelijk te maken door het uitdelen van laptops en het opzetten van WIFI-netwerken. Montreal en Rotterdam vroegen aandacht voor het feit dat de COVID-pandemie tot nieuwe ‘zwakke groepen de samenleving’ heeft geleid, waar voorheen geen specifiek beleid voor bestond. Het zijn niet alleen de thuislozen en arme (migranten-)gezinnen in achterstandsituaties die extra aandacht nodig hebben, maar ook mkb-ers en middenklasgezinnen waarvan de economische bestaansgrond weggevallen is. De pandemie heeft (onverwacht?) veel mooie initiatieven vanuit de samenleving opgeleverd. Dat vroeg om bereidheid en vaardigheid van de overheden om samen te werken. De uitdaging voor bestuurders is om deze energie vast te houden en niet weg te reguleren. 

http://www.oecd-inclusive.com/champion-mayors/webinar-covid-in-cities/

ONDERWIJS

In de eerste dagen van de invoering van de lockdownmaatregelen boog de OESO zich vooral over de wijze waarop de negatieve impact van de abrupte stop van fysiek onderwijs zoveel mogelijk opgevangen kan worden. De OESO constateerde op basis van een eerste snel uitgezette enquête bij o.a. lidstaten dat er verschillende creatieve uitwegen waren om op afstand te volgen, maar zag ook veel beperkingen. Leraren zouden niet volledig geëquipeerd zijn om afstandsonderwijs te verzorgen en kwetsbare leerlingen met achterstanden worden niet altijd voldoende bereikt. Uit een tweede enquête uitgevoerd samen met Universiteit Harvard, waarvan de resultaten zijn gepubliceerd in Schooling disrupted, schooling rethought. How the Covid-19 pandemic is changing education, roept de OESO op om te blijven werken aan de weerbaarheid van het onderwijssysteem. Nu scholen weer opengaan kunnen de kennis en ervaringen met afstandsonderwijs verder worden verdiept om eventueel naar meer hybride onderwijsvormen te gaan. Wel vraagt de OESO aandacht voor het risico op een vergroting van de sociaal-economische kloof tussen leerlingen en een betere aansluiting op de behoeften van leerlingen. Leerlingen die meer autonomie willen kunnen bijvoorbeeld vaker gebruik maken van afstandsonderwijs. Verder zullen scholen zolang er voor het virus nog geen vaccin is, maar ook na een vaccin, hun rol in gedragsverandering op het gebied van hygiëne – handen wassen en afvalbeheer- meer dan ooit hun rol moeten pakken.

GENDER

Naast de verschillende invalshoeken waarmee de OESO de impact van covid-19 beschouwt schenkt de OESO ook aandacht voor de genderaspecten van deze crisis. De pandemie die de gezondheid en sociale en economische situatie van getroffen landen onder druk zet, raakt vrouwen vaak nog harder. Met een oververtegenwoordiging van vrouwen in zorgberoepen – tot wel 70% - zijn zij meer blootgesteld aan de risico’s van besmetting. Tegelijkertijd constateert de OESO ook dat de last thuis voor vrouwen vergroot wordt door de sluiting van scholen en crèches, waardoor zorgtaken onevenredig toenemen, en de terugval in inkomsten met meer risico op werkloosheid. Daarnaast alarmeerde de OESO in een vroeg stadium van de crisis dat met de lockdownmaatregelen een toename van (gendergerelateerd) huiselijk geweld op de loer zou liggen.

In dat licht heeft de OESO ook de aandacht gericht op de impact van de pandemie op vrouwen in ontwikkelingslanden. De OESO wijst vooral op de grotere gezondheidsrisico’s voor zwangere vrouwen die waarschijnlijk minder toegang hebben tot de vaak al beperkt aanwezige zorg. Hoewel mannen wereldwijd vaker werkzaam zijn in de informele sector, zijn er veel ontwikkelingslanden waar vrouwen grotendeels informeel werk verrichten, vaak van daglonen leven en niet in aanmerking komen voor enige – indien aanwezig- officiële financiële steun.

De OESO zet in de policy brief Women at the core of the fight against COVID-19 crisis de verschillende uitdagingen uiteen en doet aanbevelingen voor het toepassen van een gendersensitieve blik in het uitwerken van de verschillende beheers- en steunmaatregelen. Daarnaast wordt op het niveau van ambassadeurs, onder leiding van Canada en IJsland, regelmatig over dit thema gesproken in de groep van Friends of Gender Equality Plus.

OVERZICHT EVENEMENTEN

Meer evenementen zie link en ONE.

PUBLICATIES

http://www.oecd.org/about/publishing/

http://www.oecd-ilibrary.org/

Publicaties met betrekking tot Nederland

International Energy Agency – IEA publications

International Transport Forum – ITF publications

Nuclear Energy Agency – NEA publications

VACATURES OESO

The OECD is recruiting:

CONTACTGEGEVENS

Guido Biessen
Permanent Vertegenwoordiger OESO
Robert-Jan Scheer, Plv. Permanent Vertegenwoordiger OESO
Uitvoerend Comité OESO, Energie, Duurzame Ontwikkeling, Ontwikkelingscluster
Peter Keulers, Economische Raad
Algemene economie, Mededinging, Innovatie, Handel, Investeringen, Multinationale Ondernemingen (MNO’s), Ondernemerschap, MKB, Digitale Economie, Financiële Markten, Fiscale aangelegenheden, Corporate Governance, Public Governance, Corruptiebestrijding

Jan Gerrit Deelen, Landbouwraad

Landbouw & Voedsel, Visserij, Milieu & Klimaat, Circulariteit grondstoffen, Regionaal beleid

Zainab Akariou, tweede secretaris
OESO Comité Externe Betrekkingen, Onderwijs, Begroting, Toetreding, Health
Freerk Boedeltje, Senior Beleidsmedewerker
Sociale Zaken, Werkgelegenheid, IMVO, Migratie/Integratie, Gezond en Veilig Werken, Skills, Gende

Ilse van Ruler, Assistent Ambassadeur, Managementondersteuner
Simone Hegge, Assistent Plv. Ambassadeur, Managementondersteuner

Pierre Lievers, Stagiaire